Lijdende vorm in tegenwoordige en verleden tijd (wird gemacht, wurde gemacht)

B1

Passief in het Duits: wird gemacht en wurde gemacht

Dit artikel legt de Duitse lijdende vorm uit, met speciale aandacht voor de procespassieven in tegenwoordige tijd (wird gemacht) en verleden tijd (wurde gemacht). Je leert wat het betekent, wanneer je het gebruikt, hoe je het vormt en welke fouten je vaak ziet. Voorbeelden zijn in het Duits, met Nederlandse vertalingen.

Wat betekent het en waarom gebruik je het?

Het passief (Passiv, lijdende vorm) zet de nadruk op de handeling of op degene/hetgene dat de handeling ontvangt, niet op wie de handeling uitvoert. Je gebruikt het als:

- de uitvoerder onbekend of onbelangrijk is
- je de handeling wilt benadrukken in plaats van de persoon die handelt
- je een formele of objectieve toon wilt gebruiken, bijvoorbeeld in nieuws, wetenschappelijke teksten of instructies

Voorbeeld:

Der Brief wird geschrieben. (De brief wordt geschreven.)
Hier ligt de nadruk op de brief en de handeling schrijven, niet op wie schrijft.

Hoe wordt het gevormd? (Präsens en Präteritum)

Formule

- Präsens (tegenwoordig): werden (geconjugeerd) + Partizip II
- voorbeeld: Der Brief wird geschrieben. (De brief wordt geschreven.)

- Präteritum (onvoltooid verleden): wurden/wurde (geconjugeerd) + Partizip II
- voorbeeld: Der Brief wurde geschrieben. (De brief werd geschreven.)

De werkwoordsvorm van werden

- Präsens: ich werde, du wirst, er/sie/es wird, wir werden, ihr werdet, sie/Sie werden
- voorbeeld: Ich werde gefragt. (Ik word gevraagd.)

- Präteritum: ich wurde, du wurdest, er/sie/es wurde, wir wurden, ihr wurdet, sie/Sie wurden
- voorbeeld: Ich wurde gestern gefragt. (Ik werd gisteren gevraagd.)

Actieve zin naar passieve zin

Stappen:
1. Zoek het lijdend voorwerp (Akkusativobjekt) in de actieve zin.
2. Zet dat object in de passieve zin als onderwerp (Nominativ).
3. Gebruik werden (Präsens) of wurde/wurden (Präteritum) + Partizip II van het hoofdwerkwoord.
4. Voeg de oorspronkelijke uitvoerder toe met von + Dativ als dat nodig is.

Voorbeeld 1

Actief: Der Mechaniker repariert das Auto. (De monteur repareert de auto.)
Passief: Das Auto wird (vom Mechaniker) repariert. (De auto wordt door de monteur gerepareerd.)

Voorbeeld 2 (verleden)

Actief: Die Firma baute das Haus. (Het bedrijf bouwde het huis.)
Passief: Das Haus wurde (von der Firma) gebaut. (Het huis werd door het bedrijf gebouwd.)

Opmerking: De agent met von kan weggelaten worden: Das Haus wurde gebaut. (Het huis werd gebouwd.)

Welke werkwoorden kun je passiveren?

Alleen werkwoorden die een direct object (Akkusativ) hebben kunnen een persoonspassief vormen. Als een werkwoord intransitief is (geen direct object), kun je meestal geen persoonspassief maken. Voor dergelijke gevallen bestaat het onpersoonlijk passief (zie verder).

voorbeeld fout en correctie:

Fout: *Der Junge wird geschlafen.
Correct: Der Junge schläft. of Es wird geschlafen. (onpersoonlijk passief)

Vorgangspassiv versus Zustandspassiv

Duits kent twee belangrijke soorten passief:

- Vorgangspassiv (procespassief): benadrukt de handeling zelf. Vorm: werden + Partizip II.
- Beispiel: Das Haus wird gebaut. (Het huis wordt gebouwd — er wordt gebouwd op dit moment of het proces wordt benadrukt.)

- Zustandspassiv (toestandspassief): benadrukt het resultaat of de toestand na een handeling. Vorm: sein + Partizip II.
- Beispiel: Das Haus ist gebaut. (Het huis is gebouwd — het resultaat is dat het huis er nu staat.)

Perfect van Vorgangspassiv

- Perfekt van het Vorgangspassiv wordt gevormd met sein + Partizip II + worden (let op: worden, niet geworden): Das Haus ist gebaut worden. (Correct: Das Haus ist gebaut worden.)
- Präteritum van het Vorgangspassiv gebruikt wurde(n): Das Haus wurde gebaut.

Vergelijking concreet

- Die Tür wird geschlossen. (De deur wordt gesloten — iemand sluit de deur)
- Die Tür wurde geschlossen. (De deur werd gesloten — verleden)
- Die Tür ist geschlossen. (De deur is gesloten — toestand)
- Die Tür ist geschlossen worden. (De deur is gesloten geworden / er is iemand die hem heeft gesloten — voltooid handeling)

Onpersoonlijk passief (Es-passiv)

Als het werkwoord geen direct object heeft, kun je vaak het onpersoonlijke passief gebruiken met es of gewoon met een plaatsaanduiding:

- Es wird viel getanzt. (Er wordt veel gedanst.)
- Hier wird nicht geraucht. (Hier wordt niet gerookt.)
- Es wurde gelacht. (Er werd gelachen.)

Dit komt in het Nederlands overeen met er wordt / er werd.

Agenten en voorzetsels: von, durch en andere opties

De uitvoerder van een handeling (de agent) wordt in het Duits meestal geïntroduceerd met von + Dativ:

- Das Lied wurde von der Sängerin gesungen. (Het lied werd door de zangeres gezongen.)

Andere voorzetsels:

- durch + Akkusativ voor oorzaak of middel: Die Brücke wurde durch den Sturm beschädigt. (De brug werd door de storm beschadigd.)
- mit kan gebruikt worden om instrumenten te noemen in sommige gevallen, maar meestal is durch gebruikelijk.

Let op naamvallen na von: von dem Mann -> vom Mann; von den Schülern blijft von den Schülern.

Passief met modale werkwoorden

Modale werkwoorden combineren met het passief op deze manier:

- Präsens: modal + Infinitiv + werden
- voorbeeld: Die Aufgabe muss erledigt werden. (De opdracht moet gedaan worden.)

- Präteritum: modal (in verleden) + Infinitiv + werden
- voorbeeld: Die Aufgabe musste erledigt werden. (De opdracht moest gedaan worden.)

Let op: de perfecte vormen met modale werkwoorden zijn complex: Die Arbeit hat gemacht werden müssen. Dit is grammaticaal juist maar klinkt vaak zwaar en wordt soms omzeild met een andere formulering.

Veelgemaakte fouten en praktische tips

- Verwissel worden en sein niet: gebruik werden + Partizip II voor acties, sein + Partizip II voor toestanden.
- Fout: Das Fenster ist geschlossen (bedoeld: de deur is gesloten door iemand, als handeling). Juist: Das Fenster ist geschlossen worden of Das Fenster wurde geschlossen.

- Probeer geen passief te maken van een intransitief werkwoord dat geen object heeft. Gebruik het onpersoonlijke passief of een andere constructie.
- Fout: *Das Kind wird geschlafen. Juist: Es wird geschlafen.

- Agenten zijn optioneel. Laat von weg als de uitvoerder niet belangrijk is: Die Aufgaben wurden erledigt.

- Let op woordvolgorde: in een bijzin komt het Partizip II vaak helemaal achteraan, en werden of wurde kan later in de zin staan, net als een normaal werkwoord in Duitse bijzinnen.

Praktische voorbeelden: Präsens en Präteritum en varianten

Präsens (wird gemacht)

- Die Suppe wird gekocht. (De soep wordt gekookt.)
- Das Auto wird repariert. (De auto wordt gerepareerd.)
- Die E-Mails werden beantwortet. (De e-mails worden beantwoord.)
- Ich werde oft gefragt. (Ik word vaak gevraagd.)
- Die Fenster werden geputzt. (De ramen worden gepoetst.)

Präteritum (wurde gemacht)

- Die Suppe wurde gekocht. (De soep werd gekookt.)
- Das Auto wurde repariert. (De auto werd gerepareerd.)
- Die E-Mails wurden beantwortet. (De e-mails werden beantwoord.)
- Ich wurde gestern eingeladen. (Ik werd gisteren uitgenodigd.)

Perfekt van Vorgangspassiv (ter vergelijking)

- Die Reparatur ist abgeschlossen worden. (De reparatie is uitgevoerd / de reparatie is voltooid.)
- Das Problem ist gelöst worden. (Het probleem is opgelost.)

Zustandspassiv (sein + Partizip II)

- Die Tür ist geschlossen. (De deur is gesloten — toestand)
- Die Rechnung ist bezahlt. (De rekening is betaald — resultaat)

Onpersoonlijk passief

- Es wird viel gearbeitet. (Er wordt veel gewerkt.)
- Hier wird nicht geraucht. (Hier wordt niet gerookt.)

Modale werkwoorden

- Die Prüfung muss bestanden werden. (Het examen moet gehaald worden.)
- Die Fenster mussten repariert werden. (De ramen moesten gerepareerd worden.)

Agenten met von en durch

- Das Buch wurde von Maria geschrieben. (Het boek werd door Maria geschreven.)
- Die Brücke wurde durch den Sturm beschädigt. (De brug werd door de storm beschadigd.)

Actief naar passief — voorbeelden snel omzetten

- Aktiv: Die Lehrerin erklärt die Regel. (De lerares legt de regel uit.)
Passiv: Die Regel wird von der Lehrerin erklärt. (De regel wordt door de lerares uitgelegd.)

- Aktiv: Jemand hat das Fenster geöffnet. (Iemand heeft het raam geopend.)
Passiv (Präteritum): Das Fenster wurde geöffnet. (Het raam werd geopend.)
Passiv (Perfekt): Das Fenster ist geöffnet worden. (Het raam is geopend.)

Samenvatting: snelle regels

- Präsens passief: werden (conj.) + Partizip II -> er/sie/es wird gemacht. (wird gemacht = wordt gedaan)
- Präteritum passief: wurde/wurden + Partizip II -> er/sie/es wurde gemacht. (wurde gemacht = werd gedaan)
- Zustandspassiv: sein + Partizip II -> beschrijft resultaat of toestand
- Onpersoonlijk passief: es wird + Partizip II voor algemene handelingen zonder onderwerp
- Agent: meestal von + Dativ, soms durch voor oorzaak of middel
- Met modale werkwoorden: modal + infinitiv + werden

Glossarium

- Passiv / lijdende vorm: de zinvorm waarin de handeling centraal staat en niet de uitvoerder
- Vorgangspassiv: procespassief, vormt met werden + Partizip II, legt nadruk op de handeling
- Zustandspassiv: toestandspassief, vormt met sein + Partizip II, legt nadruk op het resultaat/toestand
- Partizip II: voltooid deelwoord van het werkwoord, bijv. gemacht, gelesen, geschrieben
- Präsens: tegenwoordige tijd
- Präteritum: onvoltooid verleden tijd (verhalende verleden tijd)
- Agent: de uitvoerder van de handeling, vaak geïntroduceerd met von
- Akkusativobjekt: lijdend voorwerp in de actieve zin, wordt onderwerp in de passieve zin
- Unpersönliches Passiv (onpersoonlijk passief): gebruik van es + werden bij werkwoorden zonder direct object
- Modalverb: hulpwerkwoord zoals müssen, sollen, können

Einde van de gids. Als je voorbeelden wilt die passen bij jouw huiswerk of specifieke werkwoorden, kan ik die voor je omzetten of extra vergelijkingen met het Nederlands geven.

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York