Meervoudsvormen van zelfstandige naamwoorden
A1Meervoudsvormen van zelfstandige naamwoorden in het Duits
Voorbeelden:
- Ein Hund — zwei Hunde (een hond — twee honden)
- Das Buch — die Bücher (het boek — de boeken)
- Viele Leute sind gekommen. (Veel mensen zijn gekomen.)
Let op het lidwoord: in de nominatief meervoud is het bepaalde lidwoord altijd die (ongeacht geslacht). Bijvoorbeeld: der Tisch — die Tische, die Lampe — die Lampen, das Kind — die Kinder.
Vergelijking kort:
- Nederlands: tafel — tafels, hond — honden (voornamelijk -en of -s)
- Duits: Tisch — Tische (-e), Hund — Hunde (-e), Buch — Bücher (-er + Umlaut), Auto — Autos (-s), Lehrer — Lehrer (geen uitgang)
- die Frau — die Frauen (de vrouw — de vrouwen)
- die Lampe — die Lampen (de lamp — de lampen)
- die Stunde — die Stunden (het uur — de uren)
- die Zeitung — die Zeitungen (de krant — de kranten)
- der Name — die Namen (de naam — de namen) (ook bij sommige mannelijke woorden)
- das Ohr — die Ohren (het oor — de oren)
Opmerking: Vrouwelijke beroepsnamen op -in krijgen het meervoud -innen:
- die Studentin — die Studentinnen (de studente — de studenten (vrouwelijk))
- der Hund — die Hunde (de hond — de honden)
- der Tisch — die Tische (de tafel — de tafels)
- der Tag — die Tage (de dag — de dagen)
- der Stuhl — die Stühle (de stoel — de stoelen) (Umlaut + -e)
- das Kind — die Kinder (het kind — de kinderen) (zonder Umlaut)
- das Buch — die Bücher (het boek — de boeken) (Umlaut + -er)
- das Haus — die Häuser (het huis — de huizen) (Umlaut + -er)
- der Mann — die Männer (de man — de mannen) (Umlaut + -er)
- das Auto — die Autos (de auto — de auto’s)
- das Foto — die Fotos (de foto — de foto’s)
- das Baby — die Babys (de baby — de baby’s)
- das Restaurant — die Restaurants (het restaurant — de restaurants)
- das Café — die Cafés
- der Lehrer — die Lehrer (de leraar — de leraren)
- das Zimmer — die Zimmer (de kamer — de kamers)
- das Messer — die Messer (het mes — de messen)
- das Mädchen — die Mädchen (het meisje — de meisjes) (verkleinwoord, onveranderd)
- das Häuschen — die Häuschen (het huisje — de huisjes)
Opmerking: Ook veel leenwoorden (zoals Computer) blijven onveranderd in de vorm maar krijgen wel het meervoudsartikel: der Computer — die Computer.
- der Mann — die Männer (de man — de mannen)
- das Buch — die Bücher (het boek — de boeken)
- die Mutter — die Mütter (de moeder — de moeders)
- die Maus — die Mäuse (de muis — de muizen)
- der Apfel — die Äpfel (de appel — de appels)
- der Fuß — die Füße (de voet — de voeten)
Kort samengevat: Umlaut is geen extra uitgang maar een verandering van de klinker in de stam; vaak zie je Umlaut samen met -e of -er, soms met -en.
Speciale gevallen, betekeningsverschillen en zeldzame vormen
- die Wörter: woorden als telbare eenheden (woordenschat). Voorbeeld: Ich kenne 100 Wörter. (Ik ken 100 woorden.)
- die Worte: een samenhangende uitspraak of zinnen — vaak stilistisch of literair. Voorbeeld: Seine letzten Worte waren sehr bewegend. (Zijn laatste woorden waren erg ontroerend.)
- das Haar (massa of één haar als stof): Sein Haar ist lang. (Zijn haar is lang.)
- ein Haar / die Haare (individuele haren): Ich habe drei graue Haare. (Ik heb drie grijze haren.)
- die Kinder — den Kindern (Ik gebe den Kindern das Buch. → Ik geef de kinderen het boek.)
- die Bücher — den Büchern
- der Apfelbaum — die Apfelbäume (de appelboom — de appelbomen)
- die Haustür — die Haustüren (de voordeur — de voordeuren)
Veelvoorkomende fouten en hoe ze te vermijden
- Fout: *die Hunden
- Correct: die Hunde
- Fout: *die Tisch (als toeschrijving van enkelvoud)
- Correct: der Tisch (enkelvoud), die Tische (meervoud)
- Fout: *die Mutter → *die Mutter (zonder Umlaut)
- Correct: die Mutter — die Mütter
- Fout: *die Tischs
- Correct: die Tische
- Leer zelfstandige naamwoorden altijd met lidwoord en meervoud: bijv. der Tisch, die Tische; das Buch, die Bücher.
- Let op de eindletter: woorden op -e nemen vaak -n; woorden op -er/-el veranderen vaak niet.
- Onthoud dat verkleinwoorden (-chen/-lein) neutraal en meestal onveranderd zijn.
- Gebruik woordenboeken of apps die het meervoud tonen.
- Luister naar Duitse teksten en let op context en articles (die/der/das) om meervoud te herkennen.
- Maak een persoonlijke lijst met uitzonderingen die je lastig vindt.
- -n / -en: veel vrouwelijk (die Frau → die Frauen, die Lampe → die Lampen)
- -e: veel mannelijk (der Hund → die Hunde, der Tisch → die Tische)
- -er (vaak met Umlaut): veel onzijdig/korte woorden (das Kind → die Kinder, das Buch → die Bücher)
- -s: leenwoorden en afkortingen (das Auto → die Autos, das Café → die Cafés)
- geen verandering: woorden op -el/-er/-en en verkleinwoorden (der Lehrer → die Lehrer, das Mädchen → die Mädchen)
- Umlaut: verandert klinker vaak samen met een uitgang (der Mann → die Männer, die Maus → die Mäuse)
- Umlaut: klinkerverandering in het Duits (a → ä, o → ö, u → ü) die vaak bij het meervoud voorkomt.
- Uitgang (Endung): de letters die je toevoegt om het meervoud te maken (bv. -en, -e, -er, -s).
- Verkleinwoord (Diminutief): woord met -chen of -lein (bv. Mädchen), meestal onzijdig en onveranderd.
- Pluralia tantum: woorden die alleen in het meervoud voorkomen (bv. die Eltern, die Kosten).
- Monosyllabisch: éénlettergrepig; zulke woorden krijgen in het Duits vaak Umlaut + uitgang.