Bestaan uitdrukken met 'there is' en 'there are'

A1

Bestaan uitdrukken met 'there is' en 'there are'

In het Engels gebruik je 'there is' en 'there are' om te zeggen dat iets bestaat of aanwezig is. Ze komen grotendeels overeen met het Nederlandse 'er is' / 'er zijn'. In deze gids leg ik uit wat het betekent, wanneer je welke vorm gebruikt, hoe je vragen en ontkenningen maakt en geef ik veel duidelijke voorbeelden — zowel voor enkelvoud als meervoud.

Wat betekenen 'there is' en 'there are'?

Wat betekent dit?
'There is' en 'there are' geven aan dat iets bestaat of aanwezig is. Het woord 'there' fungeert hier als een lege of tijdelijke onderwerp (in het Engels vaak 'dummy subject' of 'expletive'). Het echte onderwerp van de zin volgt altijd ná het werkwoord 'be'.

Voorbeelden:
- There is a cat on the roof. — Er is een kat op het dak.
- There are three chairs in the room. — Er staan drie stoelen in de kamer.
- There is water on the floor. — Er staat water op de vloer.

Verschil met 'there' als bijwoord van plaats en met 'it'</b]
  • Als bijwoord van plaats betekent 'there' 'daar': The book is there. — Het boek is daar.
  • Bij 'there is/there are' gaat het om bestaan/aanwezigheid, niet (alleen) om plaats.
  • 'It' wordt als leeg onderwerp in andere situaties gebruikt: It's raining. (Je zegt niet *There is raining.)
Wanneer gebruik je 'there is' en 'there are'?
Wanneer gebruik je ze?</b]
  • Om te zeggen dat iets bestaat of aanwezig is: There is a problem.
  • Om iets nieuws te introduceren in het gesprek: There are two things we must consider.
  • Om beschikbaarheid of hoeveelheid aan te geven: There are many tickets left.

Voorbeelden:
- There is a meeting at 3 pm. — Er is om 15:00 uur een vergadering.
- There are lots of apples in the basket. — Er liggen veel appels in de mand.

Hoe vorm je zinnen met 'there is' en 'there are'?
Basispatroon (present simple)</b]
  • There is + enkelvoudig telbaar zelfstandig naamwoord of ongeteld zelfstandig naamwoord.
  • There is a book on the table. — Er ligt een boek op de tafel.
  • There is milk in the fridge. — Er is melk in de koelkast.
  • There are + meervoudig zelfstandig naamwoord.
  • There are three books on the table. — Er liggen drie boeken op de tafel.
Artikelen en bepalers: a/an, some, any, no</b]
  • a / an: gebruik bij enkelvoudige telbare woorden.
  • There is a dog in the garden. — Er is een hond in de tuin.
  • some: meestal in bevestigende zinnen met meervoud of ongetelde zelfstandige naamwoorden.
  • There are some cookies. — Er zijn wat koekjes.
  • There is some coffee. — Er is wat koffie.
  • any: meestal in vragen en ontkenningen.
  • Are there any tickets left? — Zijn er nog kaartjes?
  • There aren't any tickets left. — Er zijn geen kaartjes meer.
  • no: alternatief voor 'not any' in bevestigende zinnen.
  • There is no milk. — Er is geen melk.
  • There are no seats available. — Er zijn geen plaatsen beschikbaar.
Enkelvoud vs meervoud — waar let je op?</b]
Het werkwoord (is/are) moet overeenkomen met het zelfstandige naamwoord dat ná het werkwoord komt:
  • There is a student in the room. (student = enkelvoud → is)
  • There are students in the room. (students = meervoud → are)

Let op: in informeel gesproken Engels hoor je soms "There's" vóór meervoudige woorden: "There's lots of people here." Dit is spreektaal; in formeel schrijven gebruik je 'There are'.

Ongetelde zelfstandige naamwoorden (uncountables)</b]
Ongetelde (mass) nouns gebruiken altijd enkelvoudsvorm:
  • There is information on the website. — Er staat informatie op de website.
  • There is so much traffic today. — Er is vandaag zoveel verkeer.
Contracties en spreektaal</b]
  • There is → There's (veel gebruikt): There's a problem.
  • There are → There's (soms in spreektaal), maar in schriftelijk Engels gebruik je liever 'There are'.
  • There're (contractie van there are) komt weinig voor in geschreven Engels en ziet er onnatuurlijk uit; vermijd het.
Ontkenningen en vragen
Ontkenningen</b]
  • There is not / There isn't + substantief:
  • There isn't a supermarket nearby. — Er is geen supermarkt in de buurt.
  • There are not / There aren't + meervoudig substantief:
  • There aren't any buses tonight. — Er zijn vanavond geen bussen.
  • Alternatief met 'no':
  • There is no reason to worry. — Er is geen reden om je zorgen te maken.
  • There are no tickets left. — Er zijn geen kaarten meer.
Vragen</b]
Bij vragen draait het werkwoord vóór 'there':
  • Is there + enkelvoudig substantief? — Is there a problem? — Is er een probleem?
  • Are there + meervoudig substantief? — Are there any problems? — Zijn er problemen?

Kort antwoord:
- Yes, there is. / No, there isn't.
- Yes, there are. / No, there aren't.

Tijden (verleden, voltooide, toekomst)
Verleden tijd (past simple)</b]
  • There was (enkelvoud) / There were (meervoud)
  • There was a storm last night. — Gisteravond was er een storm.
  • There were many guests at the party. — Er waren veel gasten op het feest.
Voltooide tijd (present perfect / past perfect)</b]
  • There has been (enkelvoud) / There have been (meervoud)
  • There has been a mistake. — Er is een fout gemaakt.
  • There have been delays on the line. — Er zijn vertragingen geweest.

Let op: 'has' of 'have' stemt af op het zelfstandig naamwoord dat volgt.

Toekomende tijd (future)</b]
  • There will be + (enkelvoud of meervoud)
  • There will be a meeting tomorrow. — Morgen zal er een vergadering zijn.
  • There will be several winners. — Er zullen meerdere winnaars zijn.

Andere vormen: 'There is going to be...' / modale werkwoorden: 'There might be...', 'There should be...' — modale werkwoorden veranderen niet volgens getal.

Veelvoorkomende fouten en tips
Fout: verkeerde werkwoordsvorm (agreement)</b]
  • Fout: There is many students in the class.
Correct: There are many students in the class. — Er zijn veel studenten in de klas.
Fout: onjuist gebruik van 'it' of plaatsing van 'there'</b]
  • Fout: It is a dog on the lawn.
Correct: There is a dog on the lawn. — Er is een hond op het gras.
  • Fout: There in the garden is a tree.
Correct: There is a tree in the garden. — Er staat een boom in de tuin.
Fout: 'there's' voor meervoud in formele contexten</b]
  • In informeel gesproken Engels hoor je: There's three reasons.
Schrijf en spreek in formele situaties: There are three reasons.
Aandacht: 'a lot of' en telbaar/ongetelde zelfstandige naamwoorden</b]
  • There are a lot of people. — Er zijn veel mensen. (meervoud → are)
  • There is a lot of water. — Er is veel water. (ongeteld → is)

Voorbeelden — enkelvoud en meervoud

Voorbeelden — enkelvoud (singular)</b]
  • There is a book on the table. — Er ligt een boek op de tafel.
  • There's a problem with the printer. — Er is een probleem met de printer.
  • There is milk in the fridge. — Er is melk in de koelkast.
  • There was a loud noise last night. — Er was gisteravond een hard geluid.
  • Is there a bank near here? — Is hier een bank in de buurt?
  • There has been a mistake. — Er is een fout gemaakt.
Voorbeelden — meervoud (plural)</b]
  • There are three books on the table. — Er liggen drie boeken op de tafel.
  • There are many people at the concert. — Er zijn veel mensen op het concert.
  • There aren't any cookies left. — Er zijn geen koekjes meer.
  • Were there any problems? — Waren er problemen?
  • There have been delays on the line. — Er zijn vertragingen geweest.
  • There will be several winners. — Er zullen meerdere winnaars zijn.
Samenvatting
  • Gebruik 'There is' met enkelvoudige telbare en ongetelde zelfstandige naamwoorden: There is a cat. / There is water.
  • Gebruik 'There are' met meervoudige zelfstandige naamwoorden: There are cats.
  • Vragen: Is there...? / Are there...?
  • Ontkenningen: There isn't / There aren't of: There is no / There are no.
  • Verleden: there was / there were. Toekomst: there will be. Voltooide tijd: there has/have been.
  • Let altijd op de overeenkomst tussen werkwoord en het zelfstandig naamwoord dat ná het werkwoord komt.
Woordenlijst (Glossarium)
  • Dummy subject / lege onderwerp (there): 'There' dat geen echte plaats aanduidt, maar alleen aangeeft dat iets bestaat.
  • Telbaar (countable): zelfstandige naamwoorden die je kunt tellen (a book, two apples).
  • Ongeteld (uncountable / mass): woorden die je niet in afzonderlijke eenheden telt (water, information).
  • Determiner / bepaler: woorden als a, an, the, some, any, no die aangeven welk zelfstandig naamwoord bedoeld wordt.
  • Agreement / overeenkomst: werkwoordsvorm die past bij het onderwerp (enkelvoud -> is, meervoud -> are).
  • Contraction / samentrekking: verkorte vorm, bijv. there's (there is).

Einde van de gids. Als je wilt, kan ik specifieke zinnen die jij lastig vindt uitleggen of meer oefenvoorbeelden geven.

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York