Toekomstplannen en intenties uitdrukken met 'going to'
A2Toekomstplannen en intenties uitdrukken met 'going to'
In deze uitleg leer je op een eenvoudige manier wat de Engelse "going to"-constructie betekent, wanneer je hem gebruikt, hoe je hem vormt (affirmatief, negatief, vraag) en welke veelgemaakte fouten je moet vermijden. Alle uitleg is in het Nederlands; bij elk Engels voorbeeld staat een Nederlandse vertaling.
Wat betekent 'going to' in het Engels?
Kort antwoord
"Be going to" (meestal kort: "going to") gebruik je om:
- plannen of intenties uit te drukken die al vóór het spreken besloten zijn;
- voorspellingen te maken op basis van iets wat je nu ziet of weet (bewijs).
Voorbeelden:
- "I'm going to study tonight." — "Ik ga vanavond studeren." (plan/intitie)
- "Look at those clouds — it's going to rain." — "Kijk naar die wolken — het gaat regenen." (voorspelling op basis van bewijs)
Wanneer gebruik je 'going to'?
1) Plannen en intenties
Gebruik "going to" als je iets al van tevoren besloten hebt of van plan bent:
- "I'm going to start a new course next month." — "Ik ga volgende maand een nieuwe cursus beginnen."
- "They're going to move to Amsterdam." — "Ze gaan naar Amsterdam verhuizen."
2) Voorspellingen op basis van bewijs
Gebruik "going to" als je een voorspelling doet omdat er nu aanwijzingen zijn:
- "The sky is dark — it's going to rain." — "De lucht is donker — het gaat regenen."
- "He's coughing a lot. He's going to get sick." — "Hij hoest veel. Hij gaat ziek worden."
3) In tegenstelling tot spontane beslissingen
Als je een beslissing op het moment zelf neemt, gebruik je vaak "will" (niet "going to").
- Spontaan: "I'll answer the phone." — "Ik neem wel op." (besluit nú)
- Vooraf beslist: "I'm going to call my mother tonight." — "Ik ga vanavond mijn moeder bellen." (plan)
Hoe vorm je 'going to'?</b]
Standaardvorm: be + going to + infinitief
Formule:
- Subject + am/are/is + going to + basisvorm van het werkwoord.
Voorbeelden per persoon:
- "I am going to travel." (ook: "I'm going to travel.") — "Ik ga reizen."
- "You are going to study." ("You're going to study.") — "Jij gaat studeren."
- "He/She/It is going to visit." — "Hij/Zij/Het gaat bezoeken."
- "We/They are going to move." — "Wij/Zij gaan verhuizen."
Negatief
Plaats "not" na de vorm van "be":
- "I am not going to help him." ("I'm not going to help him.") — "Ik ga hem niet helpen."
- "She isn't going to come." — "Zij komt niet."
- "They aren't going to join us." — "Ze gaan niet met ons mee."
Vraagvorm
Zet de vorm van "be" voor het subject:
- "Are you going to come?" — "Kom je?"
- "Is he going to move?" — "Gaat hij verhuizen?"
- "Am I going to be late?" — "Ben ik te laat?" (formeler: "Am I not...?")
Korte antwoorden:
- "Yes, I am." / "No, I'm not." — "Ja, dat ben ik." / "Nee, dat ben ik niet."
Let op: 'aren't I' en 'am I not'
Informeel Engels gebruikt soms "aren't I?" (bv. "Aren't I going to...?") maar formeel is "Am I not...?". Beide zijn mogelijk, maar leerlingen gebruiken veilig "Am I going to...?" voor vragen met 'I'.
Speciale vormen en tijden
Past: was/were going to
Gebruik "was/were going to" om een voornemen in het verleden uit te drukken, vaak iets dat niet gebeurd is:
- "I was going to call you, but I forgot." — "Ik was van plan je te bellen, maar ik vergat het."
- "They were going to move, but they changed their mind." — "Ze zouden verhuizen, maar ze veranderden van gedachten."
Toekomende continue: be going to be + -ing
Voor acties die in de toekomst aan de gang zullen zijn:
- "I'm going to be studying at 8 p.m." — "Ik zal om 20:00 aan het studeren zijn."
Uitgebreide voorbeelden per situatie
- "I'm going to learn French next year." — "Ik ga volgend jaar Frans leren."
- "She's going to start her own business." — "Zij gaat haar eigen bedrijf starten."
- "We're going to invite Laura to the concert." — "We gaan Laura voor het concert uitnodigen."
- "Look at the kids — they're going to cry." — "Kijk naar de kinderen — ze gaan huilen."
- "The glass is slipping — it's going to fall." — "Het glas glijdt — het gaat vallen."
Verschil met present continuous (arrangementen)
Beide kunnen toekomstige plannen aangeven, maar met nuance:
- Present continuous (afspraken/arrangement): "I'm meeting Tom tomorrow." — "Ik spreek Tom morgen." (er is een afspraak)
- Going to (plan/bedoeling): "I'm going to meet Tom tomorrow." — "Ik ben van plan Tom morgen te ontmoeten." (meer nadruk op intentie)
- "I'm not going to tell him the secret." — "Ik ga hem het geheim niet vertellen."
- "She's not going to accept the job." — "Zij zal die baan niet aannemen."
Informeel gesproken Engels: 'gonna'
In spreektaal hoor je vaak "gonna" (= "going to"):
- "I'm gonna call you later." — spreektaal voor "I'm going to call you later." — "Ik bel je later."
Gebruik "gonna" alleen informeel; vermijd het in formele e-mails of examens.
Verschil tussen 'going to' en 'will' (kort en duidelijk)
Wanneer kies je welke vorm?
- Gebruik "going to" voor plannen en voor voorspellingen met bewijs.
- "I'm going to move to London." (plan)
- "Look at those clouds — it's going to rain." (bewijs)
- Gebruik "will" voor beslissingen die je nú neemt, beloftes en aanbiedingen.
- Besluit nú: "I'll answer the phone." — "Ik neem op." (je beslist nu)
- Aanbod: "I'll help you with that." — "Ik zal je daarmee helpen."
Voorbeeldvergelijkingen:
- "I'm going to buy a car." — Ik heb al plannen om een auto te kopen.
- "I'll buy a car." — Ik besluit het nú of doe een aanbod/belofte.
Veelvoorkomende fouten en hoe ze te vermijden
- Fout: "I going to study."
- Correct: "I am going to study." — vergeet am/are/is niet.
- Fout: "I'm going to to call you."
- Correct: "I'm going to call you." — er staat maar één 'to'.
- Fout (formeel): "I'm gonna attend the meeting."
- Correct (formeel): "I'm going to attend the meeting." — gebruik 'gonna' alleen in spreektaal.
- Minder natuurlijk: (iemand belt) "I'm going to answer."
- Natuurlijker: "I'll answer." — besluit op dat moment.
Vergelijking met het Nederlands
Directe overeenkomsten
In het Nederlands gebruik je vaak "gaan + infinitief" om een plan of intentie aan te geven. Dat lijkt veel op het Engelse "going to":
- Engels: "I'm going to buy a bike."
- Nederlands: "Ik ga een fiets kopen."
Verschillen en valkuilen
- In het Nederlands kun je ook de tegenwoordige tijd gebruiken voor geplande acties: "Morgen ga ik naar de tandarts" of "Morgen ga ik werken." In het Engels kies je doorgaans tussen present continuous ("I'm meeting the dentist tomorrow") of "going to" ("I'm going to meet the dentist tomorrow").
- Het Nederlandse "zullen" komt het meest overeen met het Engelse "will" (beloofde of spontane acties), maar Nederlandstaligen gebruiken in spreektaal vaak de tegenwoordige tijd of "gaan".
- Engels: "I'll help you." — Nederlands: "Ik zal je helpen." (formeler) of vaak "Ik help je wel."
Praktische tips om 'going to' zeker te gebruiken
- Zoek in zinnen naar aanwijzingen: als de spreker spreekt over een plan dat al bestaat of er bewijs is (wolken, geluiden, signalen), gebruik dan "going to".
- Controleer of de vorm van "be" klopt bij het onderwerp: am/are/is.
- Gebruik "gonna" alleen in informele spreektaal, niet in formele teksten.
- Oefen met tijdsbepalingen: tomorrow, next week, tonight, in two days — deze woorden gaan vaak met "going to" of present continuous.
Korte samenvatting (cheat sheet)</b]
- Vorm: Subject + am/are/is + going to + infinitief.
- Gebruik: plannen/intenties (besloten vóór het spreken) en voorspellingen met bewijs.
- Spontane beslissing/aanbod/belofte → vaak "will".
- Negatief: "I am not going to..." / Vraag: "Are you going to...?"
Woordenlijst (glossarium)</b]
- Infinitief: de basisvorm van een werkwoord, bijv. "to eat", "to go" (hele werkwoord).
- Present continuous (progressive): vorm met "be + -ing" (bijv. "I'm meeting"); wordt gebruikt voor geplande afspraken.
- Contraction (samentrekking): korte vorm zoals "I'm" voor "I am".
- Prediction (voorspelling): zeggen wat je denkt dat zal gebeuren.
- Intention/plan (intentie/plan): iets dat je van plan bent te doen.
- Evidence (bewijs): iets dat je nu ziet of weet en dat je voorspelling ondersteunt (bv. donkere wolken).
Afsluitende opmerking
"Going to" is een van de belangrijkste manieren om over de toekomst te praten in het Engels. Als je onderscheid leert maken tussen plannen (going to), spontane beslissingen/aanbiedingen (will) en vaste afspraken (present continuous), gebruik je naturaler Engels. Oefen door korte zinnen te herkennen en te vertalen: kijk naar de context (was het besluit al gemaakt? is er bewijs?) en kies de juiste vorm.