Negatieve en formele gebiedende wijs
B1Negatieve en formele gebiedende wijs in het Spaans
- Negatieve bevelen voor alle personen (tú, vosotros, usted, ustedes, nosotros) worden gevormd met de tegenwoordige aanvoegende wijs (presente de subjuntivo) + het woord no.
Formele bevelen (usted / ustedes)
- Zowel affirmatieve als negatieve formele bevelen gebruiken de presente de subjuntivo.
Voorbeeld (hablar):
- Usted (formeel enk.): Hable (Affirmatief) — Hable más despacio. (Spreek alstublieft langzamer.)
- Usted (negatief): No hable. — No hable tan rápido. (Spreek niet zo snel.)
- Ustedes (formeel/meervoud): Hablen / No hablen. — Hablen ahora. (Spreek nu.)
Affirmatief informeel: tú
- De affirmatieve tú-vorm wordt meestal gevormd als de derde persoon enkelvoud van de tegenwoordige indicativo (voor regelmatige werkwoorden):
- hablar → habla (Habla más alto. — Spreek luider.)
- comer → come (Come algo. — Eet iets.)
- vivir → vive (Vive aquí. — Woon hier.)
- Er zijn veel onregelmatige affirmatieve tú-vormen die je moet onthouden: ven, di, sal, haz, ten, ve, pon, sé.
Voorbeelden: Ven aquí. (Kom hier.) — Di la verdad. (Zeg de waarheid.) — Haz la tarea. (Maak je huiswerk.)
Negatief informeel: tú
- Gebruik no + presente de subjuntivo:
- No hables. (Spreek niet.)
- No comas eso. (Eet dat niet.)
- No vengas tarde. (Kom niet te laat.)
- Let op spellingwijzigingen (orthografische veranderingen) in de subjuntivo: buscar → no busques, llegar → no llegues, empezar → no empieces.
Vosotros (Spanje) — affirmatief en negatief
- Affirmatief (vosotros): infinitief - r + d → hablar → hablad; comer → comed; vivir → vivid. (Hablad más alto. — Spreek luider.)
- Negatief (vosotros): no + presente de subjuntivo (vosotros): No habléis, No comáis, No viváis.
- Let op: in Latijns-Amerika wordt meestal ustedes gebruikt in plaats van vosotros.
Nosotros (laten we) — affirmatief en negatief
- Gebruik de presente de subjuntivo voor 'laten we': comamos, hablemos, vivamos.
- Comamos ahora. (Laten we nu eten.)
- No vayamos todavía / No nos vayamos todavía. (Laten we nog niet weggaan.)
- Bij vayamos/ vamos: "vamos" is in de spreektaal de gebruikelijke vorm voor "laten we gaan", maar de negatieve vorm is: No vayamos.
- Habla más despacio. (Spreek langzamer.)
- Come algo antes de salir. (Eet iets voordat je vertrekt.)
- Ven aquí. (Kom hier.)
- Di la verdad. (Zeg de waarheid.)
- Haz la tarea. (Doe je huiswerk.)
- Pon la mesa. (Dek de tafel.)
- Sé amable. (Wees vriendelijk.)
Negatief tú
- No hables ahora. (Spreek nu niet.)
- No comas eso. (Eet dat niet.)
- No vengas tarde. (Kom niet te laat.)
- No digas mentiras. (Zeg geen leugens.)
- No hagas ruido. (Maak geen lawaai.)
Formeel (usted / ustedes)]
- Usted: Hable más despacio, por favor. (Spreek alstublieft langzamer.)
- Usted: No fume aquí. (Rook hier niet.)
- Usted: Póngase la mascarilla. (Doe uw mondkapje op.)
- Usted: Dígame su nombre. (Vertel mij uw naam.)
- Ustedes: Siéntense, por favor. (Gaat u zitten, alstublieft.)
- Ustedes: No me lo digan. (Vertel het me niet.)
Vosotros (Spanje)
- Affirmatief: Hablad más alto. (Spreek luider.)
- Negatief: No habléis tan alto. (Spreek niet zo hard.)
- Affirmatief: Idos ya. (Gaat nu weg.) — let op omgangstaal.
Nosotros (laten we)
- Hablemos de ello. (Laten we erover praten.)
- Comamos ahora. (Laten we nu eten.)
- Vámonos / Vámonos ya. (Laten we gaan / Laten we nu vertrekken.)
- No nos vayamos todavía. (Laten we nog niet weggaan.)
- Affirmatief: de voornaamwoorden worden aan het einde van het werkwoord vastgeplakt (en vormen één woord). Vaak is een accent nodig om de oorspronkelijke klemtoon te behouden.
- Voorbeeld: Dímelo. (Di + me + lo → Dímelo.) — (Vertel het me.)
- Voorbeeld: Cómpralo. (Compra + lo → Cómpralo.) — (Koop het.)
- Voorbeeld reflectief: Levántate. (Levanta + te → Levántate.) — (Sta op.)
- Negatief: de voornaamwoorden komen vóór het werkwoord, direct na no:
- Voorbeeld: No me lo digas. (Vertel het me niet.)
- Voorbeeld: No lo compres. (Koop het niet.)
- Voorbeeld reflectief: No te levantes. (Sta niet op.)
Volgorde bij twee voornaamwoorden en de ‘se’-regel
- Als je zowel een me/te/le/les (indirect object) als een lo/la/los/las (direct object) gebruikt, komt de indirecte vóór de directe: me lo, te la, nos las.
- Als zowel het indirecte voornaamwoord als het directe in de derde persoon voorkomen (le/les + lo/la/los/las), wordt le/les veranderd in se: se lo, se la, se los, se las.
- Affirmatief: Dáselo. (Da + se + lo → Dáselo.) — (Geef het hem/haar.)
- Negatief: No se lo des. (Geef het hem/haar niet.)
Accentregels bij aangeplakte voornaamwoorden
- Omdat de toevoeging van voornaamwoorden de klemtoon verandert, moet je soms een accentteken zetten om de oorspronkelijke klemtoon te behouden. Vergelijk:
- Compra → Cómpralo (accent op ó)
- Di → Dímelo (accent op í)
- Levanta → Levántate (accent op á)
- Bij negatieve bevelen is dit niet nodig omdat de voornaamwoorden vóór het werkwoord staan: No lo compres, No me lo digas.
- Fout: "No habla" (tegenwoordige indicativo) gebruiken voor een negatieve tú-bevel. Correct: No hables.
- Fout: Affirmatief tú gebruiken voor negatief: "No habla" i.p.v. "No hables".
- Fout: Verkeerde plaatsing van voornaamwoorden: "Dimelo" zonder accent. Correct: Dímelo (accent nodig).
- Fout: Le + lo gebruiken (bijv. "Le lo das"). Correct: Se lo das / Dáselo.
- Fout: Vosotros gebruiken in regio's waar men ustedes gebruikt (verwarring). Tip: Als je in Latijns-Amerika spreekt, gebruik meestal ustedes voor meervoud.
- Fout: Infinitief gebruiken in persoonlijke bevelen (behalve op borden/regels). Op borden zie je vaak "No fumar" of "Prohibido fumar"; in directe instructies gebruik je de gebiedende wijs (No fumes).
- In Spanje: onderscheid tussen tú (informeel), usted (formeel), vosotros (informeel meervoud) en ustedes (formeel meervoud).
- In Latijns-Amerika: ustedes vervangt meestal vosotros (dus: usetedes maakt zowel informele als formele meervoudsvormen).
- Op instructieborden, recepten en regels zie je vaak het infinitief of een onpersoonlijke vorm: No fumar, Prohibido tocar.
- Affirmatief tú → vaak 3e persoon enkelvoud indicativo (habla, come, vive) — met een lijst onregelmatige vormen (ven, di, sal, haz, ten, ve, pon, sé).
- Negatief tú → no + presente de subjuntivo (no hables, no comas, no vivas).
- Usted / Ustedes (formeel) → presente de subjuntivo (hable / hablen) voor zowel affirmatief als negatief (No hable, Hable usted).
- Vosotros affirmatief → infinitief - r + d (hablad, comed, vivid); Vosotros negatief → no + subjuntivo (no habléis).
- Nosotros (laten we) → subjuntivo (comamos, hablemos). Negatief: No comamos.
- Voornaamwoorden: bij affirmatief aan het eind, bij negatief vóór het werkwoord; bij le/les + lo/la → se lo.
- Imperativo / Gebiedende wijs: werkwoordsvorm voor bevelen en verzoeken.
- Presente de subjuntivo (aanvoegende wijs, tegenwoordig): de vorm die je gebruikt voor negatieve bevelen en formele bevelen.
- Tú / Usted / Ustedes / Vosotros: aanwijzing van persoon (informeel / formeel / meervoudsverschillen).
- Enclítico: voornaamwoord dat aan het einde van het werkwoord geplakt wordt (bij affirmatieve bevelen).
- Leer allereerst de subjunctiefuitgangen (e, es, e, emos, éis, en voor -ar; a, as, a, amos, áis, an voor -er/-ir) en de onregelmatige affirmative tú-vormen: dat dekt al het meeste. Oefen vervolgens plaatsing van voornaamwoorden bij zowel affirmatieve als negatieve bevelen.
- Let op regionale verschillen (vosotros vs ustedes) en op accentuering bij aangeplakte voornaamwoorden — deze fouten zijn vaak zichtbaar, maar relatief eenvoudig te vermijden met aandacht en oefening.