Ontkenning met 'no'

A1

Ontkenning met 'no' in het Spaans

Wat betekent 'no' en wanneer gebruik je het?

'No' is het basiswoord voor ontkenning in het Spaans. Het staat meestal vóór het vervoegde werkwoord en betekent in het Nederlands meestal 'niet' of 'geen', afhankelijk van de zin. 'No' is onveranderlijk (het verandert nooit van vorm).

Voorbeelden:
- No hablo español. (Ik spreek geen Spaans.)
- No tengo dinero. (Ik heb geen geld.)
- No es difícil. (Het is niet moeilijk.)
- ¡No! (Nee!)

Plaatsing van 'no' — basisregels

- In gewone zinnen staat 'no' vóór de persoonsvorm (het vervoegde werkwoord):
- No comes. (Je eet niet.)
- No sabe la respuesta. (Hij/zij weet het antwoord niet.)

- In samengestelde tijden staat 'no' vóór het hulpwerkwoord (auxiliaire):
- No he visto la película. (Ik heb de film niet gezien.)

- Met een perifrastische constructie of infinitief staat 'no' voor de vervoegde vorm:
- No voy a hacerlo. (Ik ga het niet doen.)
- No quiero verlo. / No lo quiero ver. (Ik wil het niet zien.) — beide juist.

- Bij gerundium kun je het voor het hulpwerkwoord plaatsen of het voornaamwoord aan het gerundium hechten:
- No lo estoy leyendo. / No estoy leyéndolo. (Ik ben het niet aan het lezen.)

- In negatieve geboden/gebiedende wijs komt 'no' vóór de persoonsvorm en voor voornaamwoorden:
- No fumes. (Rook niet.)
- No me lo digas. (Zeg het me niet.)

Negatieve woorden en hoe ze samenwerken met 'no'

Spaans heeft meerdere negatieve woorden die op verschillende manieren met 'no' gecombineerd worden. Vaak zie je twee patronen:
1) Negatief woord vóór het werkwoord -> géén 'no' nodig.
- Nadie vino. (Niemand kwam.)
- Nada es imposible. (Niets is onmogelijk.)
2) 'No' vóór het werkwoord en het negatieve woord erna (negatieve concordantie) -> beide samen benadrukken ontkenning.
- No vino nadie. (Er kwam inderdaad niemand.)
- No dijo nada. (Hij/zij zei niets.)

Hier een overzicht van de belangrijkste negatieve woorden met voorbeelden:

- nada (niets)
- No tengo nada. (Ik heb niets.)
- ¿Tienes algo? — No, no tengo nada. (Heb je iets? — Nee, ik heb niets.)

- nadie (niemand)
- No conozco a nadie. (Ik ken niemand.) [Let op: de persoonlijke 'a' voor personen]
- Nadie vino. (Niemand kwam.)

- nunca / jamás (nooit / nooit ooit)
- Nunca voy al cine. (Ik ga nooit naar de bioscoop.)
- No voy nunca al cine. (Ook goed; hetzelfde.)
- Jamás lo haré. (Ik zal het nooit doen — sterker/meer nadruk dan 'nunca'.)

- ninguno / ningún / ninguna (geen / geen enkele)
- No hay ningún problema. (Er is geen enkel probleem.)
- No tengo ninguno. (Ik heb er geen.)
- Ninguno de ellos vino. (Geen van hen kwam.)
- Let op: vóór mannelijk enkelvoud wordt 'ninguno' vaak 'ningún' (No tengo ningún coche.)

- tampoco (ook niet / evenmin)
- No me gusta el café. — A mí tampoco. (Ik houd ook niet van koffie.)
- Tampoco quiero ir. (Ik wil ook niet gaan.)
- Je kunt zeggen: No quiero ir tampoco. / Tampoco quiero ir. Beide correct; 'tampoco' benadrukt overeenstemming in ontkenning.

- ni ... ni ... (noch ... noch)
- No quiero ni té ni café. (Ik wil geen thee en ook geen koffie / noch thee noch koffie.)
- Ni siquiera (niet eens): Ni siquiera llamó. (Hij heeft niet eens gebeld.)

- sino / sino que (maar / maar eerder / in plaats daarvan)
- No quiero té, sino café. (Ik wil geen thee, maar koffie.)
- No vino, sino que llamó por teléfono. (Hij kwam niet, maar belde.)
- 'Sino' gebruik je ná een ontkenning om een tegenstelling uit te leggen.

- sin (zonder) — dit is geen ontkennend woord maar een voorzetsel: 'zonder'.
- Salió sin pagar. (Hij/zij ging weg zonder te betalen.)
- 'Sin' drukt afwezigheid uit, maar is structureel anders dan 'no'.

Dubbele ontkenning (negatieve concordantie) — is dat fout?

In het Spaans is het gebruik van meerdere negatieve woorden in één zin normaal en grammaticaal correct. Dat noemen we negatieve concordantie. Het lijkt op een 'dubbele ontkenning', maar in het Spaans versterkt dit de ontkenning in plaats van elkaar op te heffen (zoals in standaard Engels).

Vergelijking met Nederlands/Engels:
- Spaans: No veo a nadie. (Letterlijk: "Niet zie ik iemand") → betekent: Ik zie niemand.
- Engels: I don't see anyone. (Je mag niet zeggen: *I don't see nobody.)
- Nederlands: Ik zie niemand. (Één ontkenning woord)

Belangrijke regel:
- Als een negatief woord vóór het werkwoord staat (Nadie, Nada, Nunca, Ninguno...), laat je 'no' vaak weg. Als het negatieve woord ná het werkwoord staat, gebruik je meestal wél 'no'.
- Nadie llegó. (Niemand kwam.)
- No llegó nadie. (Er kwam inderdaad niemand.)

Voornaamwoorden en plaatsing bij ontkenning

- Persoonlijke 'a' vóór directe objecten die personen aanduiden:
- ¿Viste a María? — No, no vi a nadie. (Heb je María gezien? — Nee, ik zag niemand.)
- Fout: *No conozco nadie. Beter: No conozco a nadie.

- Voornaamwoorden (me, te, lo, la, nos, os, los, las) bij ontkenning:
- Voor vervoegde werkwoorden staat het voornaamwoord vóór de persoonsvorm: No me lo dijo. (Hij heeft het mij niet gezegd.)
- Bij infinitieven en gerundia kun je het voornaamwoord vóór de persoonsvorm zetten of aan het infinitief/gerundium hechten:
- No te lo voy a decir. / No voy a decírtelo. (Ik ga het je niet vertellen.)
- No lo estoy leyendo. / No estoy leyéndolo. (Ik ben het niet aan het lezen.)

- Bij negatieve geboden staat het voornaamwoord altijd vóór de persoonsvorm: No me lo des. (Geef het mij niet.)
- Terwijl bij een bevestigend gebod het achteraan geplakt wordt: Dámelo. (Geef het mij.)

'No' en de aanvoegende wijs (subjuntivo)

'No' in de hoofdzin kan ervoor zorgen dat de bijzin met de aanvoegende wijs (subjuntivo) komt:
- No creo que venga. (Ik geloof niet dat hij/zij komt.) → 'venga' (subjuntivo) omdat twijfel/ontkenning het vereist.
- No quiero que lo hagas. (Ik wil niet dat je het doet.) → bijzin met subjuntivo.

Let op het verschil in nuance:
- No quiero que vengas. (Ik wil niet dat je komt.)
- Quiero que no vengas. (Ik wil dat je niet komt.) — beide grammaticaal, maar betekenis en nuance verschillen.

Veelvoorkomende fouten van Nederlandstalige studenten

- Vergeten van de persoonlijke 'a' bij personen:
- Fout: *No conozco nadie.
- Goed: No conozco a nadie. (Ik ken niemand.)

- Verkeerd gebruik van 'ninguno' vóór een mannelijk enkelvoudig zelfstandig naamwoord:
- Fout: *No tengo ninguno libros.
- Goed: No tengo ningún libro. / No tengo libros. / No tengo ninguno. (Ik heb geen boeken / geen enkel boek.)

- Denken dat dubbele ontkenning fout is (zoals in het Engels): in het Spaans is No veo nada juist en natuurlijk.

- Voornaamwoorden fout plaatsen bij negatieve geboden:
- Fout: *No dímelo.
- Goed: No me lo digas. (Zeg het me niet.)

- Verwarren van 'sin' (zonder) en 'no' (ontkenning):
- Fout: *No dinero. (Betekent niks; onjuist als je "zonder geld" wilt zeggen.)
- Goed: Sin dinero. (Zonder geld.)
- Voor ontkenning van bezit: No tengo dinero. (Ik heb geen geld.)

Handige regels en tips — kort overzicht

- Zet 'no' vóór de vervoegde persoonsvorm om een handeling of eigenschap te ontkennen.
- Als je een negatief woord vóór het werkwoord zet (nadie, nada, nunca, ninguno), laat je vaak 'no' weg.
- Spaans gebruikt negatieve concordantie: meerdere negatieve woorden versterken elkaar, ze heffen elkaar niet op.
- Gebruik de persoonlijke 'a' bij directe personen: No vi a nadie.
- Bij negatieve geboden staat 'no' vóór de persoonsvorm en vóór voornaamwoorden: No me lo digas.
- 'Tampoco' = ook niet / evenmin; 'ni... ni...' = noch... noch...; 'sino' = maar (na ontkenning: "niet X maar Y").

Voorbeeldzinnen — gegroepeerd naar gebruik

Basisontkenning:
- No hablo inglés. (Ik spreek geen Engels.)
- No quiero. (Ik wil niet.)

Met negatieve woorden:
- No veo nada. (Ik zie niets.)
- No conozco a nadie. (Ik ken niemand.)
- Nunca he estado allí. (Ik ben daar nooit geweest.)
- No he estado allí nunca. (Ook goed.)
- No hay ningún problema. (Er is geen enkel probleem.)

Tampoco / overeenstemming in ontkenning:
- No me gusta el frío. — A mí tampoco. (Ik houd niet van de kou. — Ik ook niet.)
- Ella no fue y yo tampoco fui. (Zij ging niet en ik ging ook niet.)

Ni ... ni ... en ni siquiera:
- No quiero ni té ni café. (Ik wil geen thee noch koffie.)
- Ni siquiera llamó para avisar. (Hij belde niet eens om het te laten weten.)

No ... sino ... (correctie na ontkenning):
- No es rojo, sino azul. (Het is niet rood maar blauw.)
- No estudié medicina, sino historia. (Ik studeerde geen geneeskunde, maar geschiedenis.)

Voornaamwoorden en plaatsing:
- No me lo digas. (Zeg het me niet.)
- No te lo puedo dar ahora. / No puedo dártelo ahora. (Ik kan het je nu niet geven.)
- No lo he visto. (Ik heb het niet gezien.)

Gebiedende wijs (imperatief):
- Af: Dímelo. (Zeg het me.)
- Neg: No me lo digas. (Zeg het me niet.)

Subjuntivo na ontkenning:
- No creo que ella venga. (Ik geloof niet dat zij komt.)
- No quiero que comas eso. (Ik wil niet dat je dat eet.)

Glossarium (korte termen en betekenis)

- Ontkenningswoord (palabra negativa): woord dat ontkent, bv. no, nada, nadie.
- Negatieve concordantie: meerdere negatieve woorden in één zin die samen de ontkenning versterken.
- Persoonlijke 'a' (a personal): voorzetsel dat vaak vóór directe objecten die personen aanduiden komt (No vi a María).
- Subjuntivo / aanvoegende wijs: werkwoordstijd die vaak volgt op twijfel, wens of ontkenning in de hoofdzin.
- Imperatief / gebiedende wijs: werkwoordsvorm voor bevel/opdrachten (No fumes = rook niet).

Eindopmerkingen

Het gebruik van 'no' in het Spaans is een van de eerste en belangrijkste grammaticaregels om te leren. Let vooral op de plaatsing van 'no' rond de persoonsvorm, op de combinatie met andere negatieve woorden (nada, nadie, nunca, ninguno, tampoco, ni...), en op de positie van voornaamwoorden bij negatieve zinnen. Oefen met voorbeeldzinnen en vergelijk met het Nederlands, maar onthoud: in het Spaans is dubbele ontkenning normaal en grammaticaal correct.

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York