Pretérito (pretérito indefinido) voor voltooide handelingen
A2De pretérito (pretérito indefinido) voor voltooide handelingen
De pretérito (in het Spaans meestal "pretérito indefinido" of "pretérito perfecto simple" genoemd) is de verleden tijd die je gebruikt voor handelingen die in het verleden volledig zijn afgerond. Dit zijn acties met een duidelijk begin en einde, gebeurtenissen op een bepaald moment of een reeks afgesloten gebeurtenissen.
Wanneer gebruik ik de pretérito?
- Eénmalige, voltooide actie op een specifiek moment:
- Ayer comí paella. (Gisteren heb ik paella gegeten.)
- El jueves fui al médico. (Donderdag ben ik naar de dokter gegaan.)
- Acties die een duidelijk begin en einde hebben of binnen een afgesloten tijdsperiode vallen:
- Viví en Madrid dos años. (Ik heb twee jaar in Madrid gewoond.)
- Estudiamos toda la tarde. (We hebben de hele middag gestudeerd.)
- Serie van opeenvolgende handelingen:
- Me levanté, me duché y salí de casa. (Ik stond op, nam een douche en ging het huis uit.)
- Handeling die een andere, lopende handeling onderbreekt:
- Estaba leyendo cuando sonó el teléfono. (Ik was aan het lezen toen de telefoon ging.) — sonó is pretérito (onderbrekend, afgerond moment).
- Veranderingen van staat of belangrijke gebeurtenissen in het verleden:
- Se casaron en 2010. (Ze trouwden in 2010.)
Tijdsaanduidingen die vaak pretérito vragen
- ayer, anoche, anteayer
- el año pasado, la semana pasada, el lunes pasado
- hace dos días/meses/años
- en 1999, en agosto
- entonces, de repente
Voorbeelden:
- Anoche vi una película. (Gisteravond heb ik een film gezien.)
- Hace tres días terminé el proyecto. (Drie dagen geleden heb ik het project afgerond.)
Hoe vorm ik de pretérito? — Reguliere werkwoorden
Werkwoorden op -ar
- uitgang: -é, -aste, -ó, -amos, -asteis, -aron
- voorbeeld: hablar
- yo hablé (hablé) — Ik sprak / Ik heb gesproken
- tú hablaste
- él/ella/usted habló
- nosotros hablamos
- vosotros hablasteis
- ellos/ustedes hablaron
- Voorbeeldzin: Hablé con María ayer. (Ik sprak gisteren met María.)
Werkwoorden op -er en -ir
- uitgang: -í, -iste, -ió, -imos, -isteis, -ieron
- voorbeelden: comer, vivir
- yo comí, tú comiste, él comió, nosotros comimos, vosotros comisteis, ellos comieron
- yo viví, tú viviste, él vivió, nosotros vivimos, vosotros vivisteis, ellos vivieron
- Voorbeelden:
- Comimos en ese restaurante la semana pasada. (We aten vorige week in dat restaurant.)
- Vivió en Barcelona hasta 2019. (Hij/zij woonde tot 2019 in Barcelona.)
Let op de accenten
- Bij reguliere vormen staan accenten op de eerste persoon enkelvoud (yo) en op de derde persoon enkelvoud (él/ella/usted): hablé, habló, comí, comió, viví, vivió. Vergeet die accenten niet!
Onregelmatige vormen — groepen en voorbeelden
In het Spaans zijn veel veelvoorkomende werkwoorden onregelmatig in de pretérito. Ze hebben vaak een veranderde stam en andere uitgang(en). Belangrijke groepen:
Ser en ir (identieke vormen)
- fui, fuiste, fue, fuimos, fuisteis, fueron
- Voorbeelden:
- Fui al concierto anoche. (Ik ging naar het concert gisteravond.)
- Fue profesor muchos años. (Hij was jarenlang leraar.)
— Context bepaalt: ser (zijn) of ir (gaan).
Dar en ver
- dar: di, diste, dio, dimos, disteis, dieron (als een -ar-werkwoord, zonder accenten)
- Di un regalo a mi amigo. (Ik gaf een cadeau aan mijn vriend.)
- ver: vi, viste, vio, vimos, visteis, vieron (zonder accenten)
- Vi la película ayer. (Ik zag de film gisteren.)
U-stam (gewone onregelmatige stammen die -u- krijgen)
- voorbeelden en stammen: tener (tuv-), estar (estuv-), andar (anduv-), poder (pud-), poner (pus-), saber (sup-), caber (cup-), haber (hub-)
- uitgang die ze gebruiken: -e, -iste, -o, -imos, -isteis, -ieron
- Voorbeelden:
- Tuve una entrevista. (Ik had een sollicitatiegesprek.)
- Estuvo en casa todo el día. (Hij/zij was de hele dag thuis.)
- Pude terminarlo. (Ik kon het afmaken.)
I-stam
- voorbeelden: venir (vin-), querer (quis-), hacer (hic- / hizo)
- Voorbeelden:
- Vine temprano. (Ik kwam vroeg.)
- Quise ayudar. (Ik wilde helpen / ik probeerde te helpen.)
- Hice la tarea. (Ik heb het huiswerk gemaakt.) — let op: tercera persona hizo
J-stam (zegt vaak -eron in plaats van -ieron)
- voorbeelden: decir (dij-), traer (traj-), conducir (conduj-), producir (produj-), traducir (traduj-)
- uitgang: -e, -iste, -o, -imos, -isteis, -eron (let op: geen -ieron maar -eron)
- Voorbeelden:
- Dije la verdad. (Ik zei de waarheid.)
- Traje los documentos. (Ik bracht de documenten.)
- Condujimos toda la noche. (We reden de hele nacht.)
Algemene kenmerken van onregelmatige vormen
- Vaak geen accenttekens op deze onregelmatige vormen.
- Pas op: bij j-stamgroepen is de derde persoon meervoud -eron (dijeron, trajeron), niet -ieron.
Spellingveranderingen (yo-vorm) en werkwoorden met 'y'
-car, -gar, -zar (yo-vorm)</b>
- Om de juiste uitspraak te behouden verandert de spelling in de eerste persoon enkelvoud:
- Buscar → yo busqué (ik zocht)
- Llegar → yo llegué (ik kwam aan)
- Empezar → yo empecé (ik begon)
- Deze verandering treft alleen de yo-vorm in de pretérito.
Werkwoorden met 'y' (creer, leer, oír, construir...)</b>
- Wanneer een klinker samen met een -ir/-er uitgang een ijkpunt vormt, verandert de i in een y in de derde persoon:
- leer: leí, leíste, leyó, leímos, leísteis, leyeron
- creer: creí, creíste, creyó, creímos, creísteis, creyeron
- oír: oí, oíste, oyó, oímos, oísteis, oyeron
- construir: construí, construiste, construyó, construimos, construisteis, construyeron
- Let op: de í-accenten blijven in vormen als leí en leímos, maar de derde persoon krijgt -yó (zonder accent op de y).
Stamveranderingen bij -ir werkwoorden (derde persoon enkelvoud en meervoud)
E → I en O → U (alleen in derde persoon enkelvoud en meervoud)
- Veel -ir werkwoorden veranderen van stam in de pretérito, maar alleen in él/ella/usted en ellos/ellas/ustedes:
- Pedir: pidió, pidieron (e → i)
- Dormir: durmió, durmieron (o → u)
- Servir: sirvió, sirvieron
- Morir: murió, murieron
- Preferir: prefirió, prefirieron
- Voorbeelden:
- Ella pidió ayuda. (Zij vroeg om hulp.)
- Se durmió enseguida. (Hij/zij viel meteen in slaap.)
Pretérito vs. imperfecto en pretérito perfecto — wanneer welke gebruiken?
Pretérito vs imperfecto (imperfecto = onvoltooide verleden tijd)
- Pretérito: afgeronde, specifieke gebeurtenissen (Zie eerdere voorbeelden).
- Imperfecto: beschrijft gewoonte, achtergrond, durende/lopende situaties in het verleden of beschrijvingen (tijd, leeftijd, weer, stemming):
- Cuando era niño, jugaba al fútbol todos los días. (Toen ik kind was, speelde ik elke dag voetbal.) — 'jugaba' (imperfecto) voor gewoonte.
- Estaba cansado y llovía. (Ik was moe en het regende.) — achtergrondbeschrijving.
- Combinatie (achtergrond + gebeurtenis): Estaba estudiando cuando sonó el teléfono. (Imperfecto + pretérito)
Pretérito indefinido vs pretérito perfecto (he + participio)
- In Spanje gebruikt men vaak pretérito perfecto (he comido) voor gebeurtenissen die relevant zijn voor het heden of binnen een tijdsperiode die nog niet afgesloten is (bv. «esta mañana», «hoy»).
- Esta mañana he desayunado. (Deze ochtend heb ik ontbeten.) — veel gebruikt in Spanje.
- In Latijns-Amerika gebruikt men vaak pretérito indefinido (comí) ook voor recent verleden:
- Esta mañana desayuné. (Deze ochtend heb ik ontbeten.) — gangbaar in Latijns-Amerika.
- Beide tijden benadrukken nuances: pretérito indefinido focust op afgesloten gebeurtenis; pretérito perfecto legt nadruk op de verbinding met nu of op een tijdsperiode die nog loopt.
Veelgemaakte fouten en tips om ze te vermijden
- Verkeerd gebruik van pretérito in plaats van imperfecto (en omgekeerd):
- Fout: "Cuando tenía 10 años, jugué al fútbol todos los días." — (gebruik pretérito)
- Correct: "Cuando tenía 10 años, jugaba al fútbol todos los días." (imperfecto voor gewoonte)
- Accenten vergeten bij regelmatige werkwoorden:
- Fout: "Hable con María ayer." (moet: hablé)
- Correct: "Hablé con María ayer."
- Onjuiste vormen van onregelmatige stammen:
- Fout: "Dijieron la verdad." (verkeerde uitgang)
- Correct: "Dijeron la verdad." (niet *dijieron)
- Verkeerde spelling in yo-vorm van -car/-gar/-zar:
- Fout: "Busque mis llaves." (zonder accent en verkeerde spelling)
- Correct: "Busqué mis llaves." (yo-form heeft -qué)
- Verwarring tussen ser en ir in de pretérito: context is belangrijk omdat beide 'fue' gebruiken.
- Fue al mercado. (Hij/zij ging naar de markt.) vs Fue médico. (Hij/zij was dokter.)
Snelle samenvatting / geheugensteuntje
- Gebruik pretérito voor afgeronde gebeurtenissen, serie van gebeurtenissen, acties met duidelijk begin/einde en gebeurtenissen die andere acties onderbreken.
- Reguliere uitgangen: -ar: -é, -aste, -ó, -amos, -asteis, -aron | -er/-ir: -í, -iste, -ió, -imos, -isteis, -ieron.
- Veelvoorkomende onregelmatige stammen: tuv-, estuv-, pud-, pus-, sup-, vin-, quis-, hic-, dij-, traj-, conduj- (en nog veel meer).
- -car/-gar/-zar verandert in yo-vorm (busqué, llegué, empecé).
- -ir werkwoorden kunnen e→i of o→u veranderen, maar alleen in derde persoon.
- Signaalwoorden: ayer, anoche, el año pasado, hace dos días, en 1999, de repente.
Woordenlijst (kort glossarium)
- Pretérito indefinido / Pretérito perfecto simple: de Spaanse verleden tijd voor voltooide handelingen.
- Pretérito perfecto (he + participio): voltooid tegenwoordige tijd, gebruikt voor handelingen met verband met het heden (veel gebruikt in Spanje).
- Imperfecto: onvoltooide verleden tijd (achtergrond, gewoontes, beschrijvingen).
- Stam / raíz: het deel van het werkwoord dat blijft bij onregelmatige vormen (bv. tub- in tuve).
- Uitgang / terminación: het deel dat toegevoegd wordt op de stam (bv. -é, -iste, -ieron).
- Tercera persona: derde persoon (él/ella/usted of ellos/ellas/ustedes).
Einde van de uitleg. Als je wilt, kan ik een samenvattingskaart (kort lijstje) maken met alleen de belangrijkste uitgangen en de meest voorkomende onregelmatige stammen, of een overzicht met de vervoegingen van een paar veelgebruikte onregelmatige werkwoorden (tener, estar, hacer, decir, ir/ser).