Bijzinnen met de aanvoegende wijs (subjonctif) — pour que, bien que, enz.
B2Wat betekenen "bijzinnen met de aanvoegende wijs (subjonctif)"?
De aanvoegende wijs (Frans: subjonctif) is geen tijd, maar een modus: hij drukt de houding van de spreker uit (wil, wens, twijfel, emotie, noodzaak, mogelijkheid, doel, enz.). Bijzinnen met de aanvoegende wijs zijn ondergeschikte zinnen waarvan het werkwoord in het subjonctif moet staan omdat de hoofdzin of de voegwoordelijke combinatie dat vereist.
Voorbeeld:
Je veux que tu viennes. — Ik wil dat je komt. (hoofdzin drukt een wens uit → subjonctif in de bijzin)
Wanneer gebruik ik de subjonctif in bijzinnen?
In het kort: gebruik subjonctif in bijzinnen na uitdrukkingen van wil/verbod, emotie, twijfel/ongezekerheid, noodzaak/waardebeoordeling, doel (pour que), voorwaarde/voorbehoud, en bij sommige voegwoorden (bien que, avant que, jusqu'à ce que, enz.). Hieronder per categorie voorbeelden en korte uitleg.
- Woorden: vouloir que, souhaiter que, désirer que, demander que, ordonner que, exiger que, interdire que, permettre que.
Tip: als het onderwerp van hoofd- en bijzin hetzelfde is, gebruik je geen subjonctif maar de infinitief: Je veux partir. (niet: Je veux que je parte.)
- Woorden: être content/triste/heureux/regretter que, craindre que, avoir peur que.
- Woorden: douter que, il est douteux que, il est possible que (vaak subj.), il est peu probable que.
- Woorden: il faut que, il est nécessaire que, il est important que, il vaut mieux que, il est dommage que.
- Gebruik subjonctif omdat gewenst resultaat niet gegarandeerd is.
Als onderwerp hetzelfde is, gebruik liever een infinitief: J'étudie pour réussir. — Ik studeer om te slagen. (niet: pour que je réussisse)
- Woorden: bien que, quoique (beide altijd subjonctif).
- Woorden: à condition que, pourvu que, à moins que (+ ne explétif soms).
- Woorden: avant que, jusqu'à ce que, en attendant que (altijd subjonctif). Belangrijk: après que vraagt de indicatif (veelgemaakte fout).
- Als het antecedent onzeker of ontkennend is of als het gaat om een superlatief/alleenheid, kies je vaak subjonctif:
Hoe vorm ik de subjonctif? (présent en passé)
Présent du subjonctif (meest gebruikt)
- Vorm: neem de derde persoon meervoud (ils) van de présent, verwijder de uitgang -ent en voeg de uitgangen toe: -e, -es, -e, -ions, -iez, -ent.
Voorbeelden met regelmatige stammen:
parler (ils parlent) → que je parle, que nous parlions
finir (ils finissent) → que je finisse, que nous finissions
attendre (ils attendent) → que j'attende, que nous attendions
- Veel voorkomende onregelmatige vormen (enkele voorbeelden):
être → que je sois, que nous soyons
avoir → que j'aie, que nous ayons
aller → que j'aille, que nous allions
faire → que je fasse, que nous fassions
pouvoir → que je puisse, que nous puissions
savoir → que je sache, que nous sachions
vouloir → que je veuille, que nous voulions
venir → que je vienne, que nous venions
prendre → que je prenne, que nous prenions
boire → que je boive, que nous buvions
Passé du subjonctif (subjonctif passé)
- Vorm: subjonctif présent van avoir of être + voltooid deelwoord (participe passé). Kies être of avoir volgens normaal gebruik (zoals bij passé composé). Bij être: participe passé past zich aan qua geslacht en aantal.
Voorbeelden:
Je doute qu'il ait compris. — Ik betwijfel of hij het begrepen heeft.
Je suis heureux que tu sois venu(e). — Ik ben blij dat je gekomen bent.
Concordantie van tijden (wanneer présent, wanneer passé, en literair gebruik)
- Hoofdzin in de tegenwoordige tijd / toekomst / gebiedende wijs:
* Gebruik subjonctif présent voor handelingen die tegelijk plaatsvinden of nog moeten gebeuren: Il faut que tu viennes demain.
* Gebruik subjonctif passé als de handeling in de bijzin eerder is dan de hoofdzin: Je suis désolé que tu aies raté le train. — Ik vind het jammer dat je de trein gemist hebt.
- Hoofdzin in de verleden tijd (imparfait, passé composé etc.):
* Traditioneel (littéraire) gebruikt men imparfait du subjonctif of plus-que-parfait du subjonctif voor overeenkomstige tijden, maar dit is zelden in spreektaal.
* In modern Frans wordt vaak de présent du subjonctif (of passé du subjonctif) gebruikt na een verleden hoofdzin: Elle voulait que nous partions plus tôt. (i.p.v. Elle voulait que nous partissions.)
Voorbeelden:
Il faut que tu partes maintenant. — Het is nodig dat je nu vertrekt. (présent)
Il fallait que tu partes alors. — Men zou in literair Frans zeggen: il fallait que tu partisses; in spreektaal: il fallait que tu partes.
Speciale punten en uitzonderingen
- Soms zie je een extra "ne" na bepaalde werkwoorden/voegwoorden (craindre que, avant que, à moins que, empêcher que...). Dit is het "ne explétif": het verandert de betekenis niet (het is geen ontkenning) en is vaak formeler of stijlgebonden.
- Heel belangrijk: après que vereist normaal de indicatif (omdat het over een feit in het verleden gaat). Voorbeeld:
- Avant que vereist subjonctif: Avant qu'il parte, dis-lui au revoir. — Voordat hij vertrekt, zeg hem gedag.
- Sans que + subjonctif als er twee verschillende onderwerpen zijn of als de actie in de bijzin een onverwachte wending aangeeft:
- Als het onderwerp hetzelfde is, gebruik je vaak sans + infinitif:
Veelgemaakte fouten en hoe ze te vermijden
1. Infinitief gebruiken terwijl onderwerp verschilt
Fout: *Je veux partir que tu partes. — Correct: Je veux que tu partes. / Je veux partir. (zelfde onderwerp → infinitief)
2. Indicatief gebruiken in plaats van subjonctif na expressies van twijfel of emotie
Fout: *Je doute qu'il vient. — Correct: Je doute qu'il vienne.
3. 'Après que' met subjonctif (tegen de norm)
Fout: *Après qu'il soit parti. — Correct volgens standaardtaal: Après qu'il est parti.
4. Onthoud concordantie: pas le même tijdgebruik als in het Nederlands altijd matches niet precies
Soms gebruiken Nederlandstaligen de tegenwoordige tijd waar het Frans subjonctif passé verwacht. Controleer of de bijzin eerder is dan de hoofdzin (dan vaak subjonctif passé nodig).
Rijke verzameling voorbeelden per categorie
Korte begrippenlijst (glossarium)
Bijzin (subordonnée): Een ondergeschikte zin die niet zelfstandig staat; vaak ingeleid door 'que' of een voegwoord.
Hoofdzin (proposition principale): De zelfstandige zin waar de bijzin aan gekoppeld is.
Aanvoegende wijs / subjonctif: Modi die subjectieve houdingen uitdrukt (wens, twijfel, emotie, noodzaak...).
Indicatif: Modi die feiten en zekerheden uitdrukt. Veel uitdrukkingen met zekerheid vragen de indicatif.
Ne explétif: Het extra 'ne' dat soms voorkomt na bepaalde werkwoorden/voegwoorden zonder negatiebetekenis; stilistisch.
- Heeft de hoofdzin een wens, bevel, emotie, twijfel, noodzaak, doel of een van de specifieke voegwoorden (pour que, bien que, afin que, avant que, jusqu'à ce que, etc.)? → meestal subjonctif.
- Zijn hoofd- en bijzin hetzelfde onderwerp? → gebruik infinitief in plaats van subjonctif.
- Is de gebeurtenis in de bijzin eerder dan die in de hoofdzin? → gebruik subjonctif passé (of literair vorm voor verleden tijd).
- Pas op met après que (indicatif) en met het ne explétif (formeel, optioneel).
Veel succes met oefenen — observeer in echte teksten (kranten, boeken, gesprekken) wanneer Fransen subjonctif gebruiken; dat helpt het gevoel voor de modus te ontwikkelen.