Lijdende vorm in de tegenwoordige en verleden tijd

B1

Wat is de lijdende vorm (passive voice)?

De lijdende vorm (ook: passieve vorm) is een manier om te zeggen dat het onderwerp van de zin niet de handeling uitvoert, maar ondergaat. In een actieve zin doet het onderwerp iets; in een passieve zin krijgt het onderwerp iets aangedaan.

Voorbeeld (actief → passief):
- Actief: Jan schrijft een brief.
- Passief: Een brief wordt (door Jan) geschreven. (A letter is written / is being written by Jan.)

In het Engels gebruikt men vaak "be + past participle" (is written, was written). In het Nederlands gebruik je meestal het hulpwerkwoord worden voor de actiepassief (proces) en zijn voor de statische of resultaatpassief (toestand na de handeling). Zie hieronder het verschil.

Actiepassief en statisch passief

- Actiepassief (met worden): benadrukt de handeling zelf of dat iets gedaan wordt.
- Voorbeeld: Het huis wordt gebouwd. (The house is being built.)

- Statisch/resultaatpassief (met zijn): benadrukt het resultaat of de toestand nadat iets gedaan is.
- Voorbeeld: Het huis is gebouwd. (The house is built / has been built.)

Wanneer gebruik ik de lijdende vorm?

Je gebruikt de lijdende vorm wanneer:
- je wilt focussen op het voorwerp of het resultaat: "De taken worden gedaan." (The tasks are being done.)
- de uitvoerder (agent) onbekend, onbelangrijk of vanzelfsprekend is: "Er wordt gewerkt." (Work is being done.)
- je een formele stijl wilt (nieuws, wetenschappelijke teksten): "De proef werd herhaald." (The experiment was repeated.)
- je het onderwerp wilt vermijden of vaag houden: "Er wordt gewaarschuwd dat…" (It is warned that… / People are warned that…)

Hoe vorm ik de lijdende vorm in de tegenwoordige tijd?

Eenvoudige tegenwoordige tijd (presens)

Regel: tegenwoordige tijd van worden + voltooid deelwoord.

- Actief: De docent corrigeert de toets.
- Passief: De toets wordt (door de docent) gecorrigeerd. (The test is corrected / is being corrected by the teacher.)

Voorbeeld meervoud:
- Actief: De studenten maken de opdrachten.
- Passief: De opdrachten worden (door de studenten) gemaakt. (The assignments are made.)

Als je de uitvoerder niet noemt, laat je "door ..." vaak weg: "De toets wordt gemaakt." (The test is being made / is done.)

Tegenwoordige voltooide tijd / resultaat: zijn + voltooid deelwoord

Regel: zijn + voltooid deelwoord geeft het resultaat of dat iets voltooid is.

- De opdracht is gemaakt. (The assignment has been made / is made.) — resultaatpassief.

Vergelijk: "De opdracht wordt gemaakt" (proces, men is ermee bezig) versus "De opdracht is gemaakt" (klaar / resultaat).

Modale werkwoorden in de tegenwoordige tijd

Bij modale werkwoorden (moeten, kunnen, mogen) staan de modale vorm + worden (+ voltooid deelwoord):

- De deur moet (gesloten) worden. / De deur moet gesloten worden. (The door must be closed.)
- Het raam kan geopend worden. (The window can be opened.)

Beide plaatsingen van "worden" (voor of na het voltooid deelwoord) komen voor: "moet worden gesloten" en "moet gesloten worden".

Negatie en vraag in de tegenwoordige tijd

- Negatie: De toets wordt niet gemaakt. (The test is not being made.)
- Als je de agent wilt ontkennen: De toets wordt niet door Jan gemaakt. (It isn’t made by Jan.)
- Vraag: Wordt het huis gebouwd? (Is the house being built?)

Er-passief (onompersoonlijke passief)

Je kunt passieve zinnen maken zonder concreet onderwerp met "er":
- Er wordt hard gewerkt. (Work is being done / People are working hard.)
- Er wordt gezegd dat… (It is said that… / People say that…)

Hoe vorm ik de lijdende vorm in de verleden tijd?

Onvoltooid verleden tijd (imperfectum): werd/werden + voltooid deelwoord

Regel: verleden tijd van worden (werd/werden) + voltooid deelwoord.

- Actief: De timmerman repareerde de deur.
- Passief: De deur werd (door de timmerman) gerepareerd. (The door was repaired.)

Meervoud:
- De opdrachten werden door de studenten gemaakt. (The assignments were made by the students.)

Voltooid verleden tijd / resultaat in het verleden: was/waren + voltooid deelwoord

Regel: was/waren + voltooid deelwoord geeft aan dat iets in het verleden voltooid of een toestand was.

- De brief was geschreven voordat zij vertrok. (The letter had been written / was written.)
- Vergelijk: "De brief werd geschreven" (de handeling vond plaats) vs "De brief was geschreven" (hij was al geschreven; toestand/resultaat).

Modale en samengestelde tijden in het verleden

- Verleden tijd met een modal in passief: De taak moest worden gemaakt. (The task had to be made.)
- Perfect van modale werkwoorden (mogelijkheid/gebied van variatie in woordvolgorde):
- De opdracht had moeten worden gemaakt. (The assignment should have been done.)
- Ook mogelijk: De opdracht had gemaakt moeten worden. Beide vormen komen voor; let op de juiste volgorde van hulpwerkwoorden.

Stap-voor-stap: hoe verander ik een actieve zin naar passieve zin?

Stappen
1. Zoek het lijdend voorwerp (wat of wie ondergaat de handeling?).
2. Zet dat lijdend voorwerp als onderwerp van de nieuwe zin.
3. Kies de juiste tijd en gebruik de bijbehorende vorm van worden/was/werd of zijn.
4. Voeg het voltooid deelwoord (participium) van het hoofdwerkwoord toe.
5. Als je de uitvoerder wilt noemen, voeg dan "door + uitvoerder" toe.

Voorbeeld (meerdere tijden):
- Actief (presens): Jan bakt het brood iedere ochtend.
- Passief (presens): Het brood wordt iedere ochtend door Jan gebakken. (The bread is baked every morning by Jan.)
- Actief (imperfectum): Jan bakte het brood gisteren.
- Passief (imperfectum): Het brood werd gisteren door Jan gebakken. (The bread was baked yesterday by Jan.)
- Actief (perfectum): Jan heeft het brood gebakken.
- Passief (perfectum/resultaat): Het brood is (door Jan) gebakken. (The bread has been baked.)

Voor zinnen met twee objecten (direct en indirect object):
- Actief: Hij geeft Maria het boek.
- Passief met direct object als onderwerp: Het boek wordt (door hem) aan Maria gegeven. (The book is given to Maria by him.)
- Alternatief om indirect object te benadrukken: Maria krijgt het boek (door hem). (Maria receives the book.)

Veelvoorkomende fouten en tips

- Fout: de verkeerde hulpwerkwoord gebruiken in het perfect (bij passief gebruik je meestal "zijn + p.p.").
- Fout: *De brief heeft geschreven door Jan.
- Correct: De brief is door Jan geschreven.

- Fout: onderwerp en lijdend voorwerp niet omwisselen.
- Fout: *Jan wordt door Maria de brief geschreven.
- Correct: De brief wordt door Maria door Jan geschreven. (Let: zorg dat de oorspronkelijke objecten goed worden geplaatst.)

- Let op "worden" vs "zijn":
- "worden" = actie / proces (Het huis wordt gebouwd.)
- "zijn" = resultaat / toestand (Het huis is gebouwd.)

- Onthoud: alleen transitieve werkwoorden (met een lijdend voorwerp) kunnen normaal in het passief; intransitieve werkwoorden (geen object) meestal niet.
- Voorbeeld ontransitief: *De man slaapt → geen normale passieve vorm. Je kunt soms een onpersoonlijke passief maken: Er wordt geslapen (minder gebruikelijk).

- Woordvolgorde bij modale en samengestelde tijden kan lastig zijn. Voorbeeld: "De opdracht had moeten worden gemaakt." (correct)

- Gebruik van "door + hen" vs "door + hun": grammaticaal correct is "hen" als lijdendvoorwerpsvorm na "door": "Het boek werd door hen gelezen." Veel mensen zeggen informeel "door hun" maar dat is niet standaard.

Overzicht van vormen (kort schema met voorbeelden)

- Presens (actie): worden (presens) + p.p.
- De brief wordt geschreven. (The letter is being written.)

- Presens (resultaat/voltooid): zijn + p.p.
- De brief is geschreven. (The letter has been written / is written.)

- Imperfectum (verleden, actie): werd/werden + p.p.
- De brief werd geschreven. (The letter was written.)

- Voltooid verleden (verleden, resultaat/toestand): was/waren + p.p.
- De brief was geschreven. (The letter had been written / was written.)

- Modaal + passief (presens): modal + (ge)worden + p.p.
- De deur moet gesloten worden. (The door must be closed.)

- Modaal + passief (verleden/perfect): had/moest + moeten + worden + p.p. (of alternatieve volgorde)
- De opdracht had moeten worden gemaakt. (The assignment should have been done.)

- Er-passief (onompersoonlijk): Er + worden/werd + p.p.
- Er wordt veel gevraagd. / Er werd veel gevraagd. (A lot is asked / was asked.)

Alternatieven voor het passief

Soms is het beter of natuurlijker om het passief te vermijden:
- Gebruik "men": Men verwacht veel bezoekers. (People expect many visitors.)
- Gebruik een onpersoonlijke zin met "er": Er wordt veel verwacht.
- Gebruik een andere actieve formulering: "Iedereen leest het boek" i.p.v. "Het boek wordt gelezen."

Kort woordenlijstje (glossarium)

- Lijdende vorm / passief: zinvorm waarin het onderwerp de handeling ondergaat.
- Actiepassief: passief met "worden", benadrukt de handeling.
- Statisch/resultaatpassief: passief met "zijn", benadrukt het resultaat of de toestand.
- Voltooid deelwoord (p.p.): de vorm die je nodig hebt na worden/zijn (bijv. gemaakt, gelezen, geschreven).
- Lijdend voorwerp: het object dat de handeling ondergaat; dat wordt in het passief onderwerp.
- Agent: de uitvoerder, vaak geïntroduceerd met "door" (door Jan).
- Er-passief: onpersoonlijke passief met "er".

Slottips

- Let op het doel van de zin: wil je de actie of het resultaat benadrukken? Kies dan "worden" (actie) of "zijn" (resultaat).
- Oefen met het omzetten van actieve naar passieve zinnen in verschillende tijden: dat maakt je gevoel voor woordvolgorde en hulpwerkwoorden sterker.
- Als de uitvoerder niet belangrijk is, laat "door ..." weg; dat is juist één van de sterke punten van het passief.

Als je voorbeelden wilt laten nakijken of specifieke zinnen wilt omzetten (actief → passief) kan ik die direct voor je doen.

Subscribe for evidence based language learning insights.

Lingua Fortis
Copyright © 2025 Lingua Fortis | Made in New York