Tegenwoordige voorwaardelijke wijs (Conditionnel présent)
B1Wat is de conditionnel présent?
De conditionnel présent (Frans: conditionnel présent) is een werkwoordsvorm die in het Frans gebruikt wordt om voorwaardelijke of hypothetische handelingen aan te geven, om beleefde verzoeken te formuleren, om onzekerheid of geruchten uit te drukken en om een toekomst in het verleden weer te geven. De vorm komt overeen met het Nederlandse 'zou + infinitief'.
Voorbeelden:
- Je voudrais un café. — Ik zou graag een koffie willen.
- Si j'avais de l'argent, j'achèterais une maison. — Als ik geld had, zou ik een huis kopen.
- Il a dit qu'il viendrait demain. — Hij zei dat hij morgen zou komen.
- Il serait malade, d'après ce qu'on raconte. — Er wordt gezegd dat hij ziek zou zijn.
Wanneer gebruik je de conditionnel présent?
Voorbeelden:
- Si j'avais le temps, je lirais ce livre. — Als ik tijd had, zou ik dit boek lezen.
- Si tu venais, nous serions heureux. — Als jij zou komen, zouden wij blij zijn.
Fout om te vermijden: Si + conditionnel is niet correct: Si je serais malade... is fout. Je zegt: Si j'étais malade, je resterais chez moi.
- Je voudrais une table pour deux, s'il vous plaît. — Ik zou graag een tafel voor twee willen, alstublieft.
- Pourriez-vous fermer la porte ? — Zou u de deur kunnen sluiten?
- J'aimerais parler au responsable. — Ik zou graag met de verantwoordelijke spreken.
- Direct: Il a dit: 'Je viendrai demain.'
- Indirect: Il a dit qu'il viendrait demain. — Hij zei dat hij morgen zou komen.
- Il serait malade. — Hij zou ziek zijn (men zegt dat hij ziek is).
- Selon certains articles, il y aurait des retards. — Volgens sommige artikelen zouden er vertragingen zijn.
- Tu devrais consulter un médecin. — Je zou een dokter moeten raadplegen.
- Il faudrait partir maintenant. — Men zou nu moeten vertrekken / Het zou nodig zijn nu te vertrekken.
Hoe vorm je de conditionnel présent?
Regel voor de stam:
- Voor regelmatige -er en -ir werkwoorden gebruik je het hele infinitief als stam en voeg je de uitgangen toe.
- Voor regelmatige -re werkwoorden laat je de laatste -e van het infinitief weg en voeg je de uitgangen toe.
Voorbeelden (volledig):
- Parler (regelmatig -er):
je parlerais — ik zou praten
tu parlerais — jij zou praten
il/elle parlerait — hij/zij zou praten
nous parlerions — wij zouden praten
vous parleriez — jullie/u zou(den) praten
ils/elles parleraient — zij zouden praten
- Finir (regelmatig -ir):
je finirais — ik zou beëindigen/afmaken
- Vendre (regelmatig -re):
je vendrais — ik zou verkopen (stam: vendr-)
- être → ser- : je serais — ik zou zijn
- avoir → aur- : j'aurais — ik zou hebben
- aller → ir- : j'irais — ik zou gaan
- faire → fer- : je ferais — ik zou doen/maken
- pouvoir → pourr- : je pourrais — ik zou kunnen
- vouloir → voudr- : je voudrais — ik zou willen
- devoir → devr- : je devrais — ik zou moeten
- savoir → saur- : je saurais — ik zou weten
- voir → verr- : je verrais — ik zou zien
- venir → viendr- : je viendrais — ik zou komen
- tenir → tiendr- : je tiendrais — ik zou vasthouden/houden
- envoyer → enverr- : j'enverrais — ik zou sturen
- recevoir → recevr- : je recevrais — ik zou ontvangen
- courir → courr- : je courrais — ik zou rennen
- mourir → mourr- : je mourrais — ik zou sterven
- valoir → vaudr- : je vaudrais — ik zou waard zijn
- falloir → faudr- (alleen il) : il faudrait — het zou nodig zijn
- pleuvoir → pleuvr- (alleen il) : il pleuvrait — het zou regenen
Let op spellingwijzigingen:
Sommige werkwoorden veranderen van vorm in de stam (klinkeraccent, dubbele medeklinker, -yer):
- acheter → j'achèterais (e → è)
- appeler → j'appellerais (dubbele l)
- préférer → je préférerais (accentverschuiving)
- payer → je paierais of je payerais (beide vormen mogelijk)
Si-zinnen: regels en voorbeelden
Belangrijk patroon: si + imparfait → conditionnel présent
Voorbeelden:
- Si je gagnais à la loterie, j'achèterais une maison. — Als ik de loterij won, zou ik een huis kopen.
- Si nous avions plus de temps, nous voyagerions davantage. — Als we meer tijd hadden, zouden we meer reizen.
Andere combinaties (kort):
- Si + présent → futur simple / impératif (Als je ... dan zal/kun je ...)
Bijvoorbeeld: Si tu travailles bien, tu réussiras. — Als je goed werkt, zul je slagen.
- Si + plus-que-parfait → conditionnel passé (voor verleden hypothetische situatie)
Bijvoorbeeld: Si j'avais su, je serais venu. — Als ik het had geweten, zou ik zijn gekomen.
Verschil tussen conditionnel présent en futur simple
Betekenisverschil:
- Futur simple drukt een echte toekomstige handeling uit: je parlerai = ik zal praten.
- Conditionnel présent drukt een hypothetische, voorwaardelijke of beleefde handeling uit: je parlerais = ik zou praten.
Vergelijkingen:
- Je parlerai demain. — Ik zal morgen praten.
- Je parlerais demain si j'avais le temps. — Ik zou morgen praten als ik tijd had.
Veelvoorkomende verwarring met vouloir:
- Je voudrais un café. (beleefd: ik zou graag een koffie willen)
- Je voudrai un café. (toekomst: ik zal een koffie willen — wordt zelden als beleefde vraag gebruikt)
Veelgemaakte fouten en tips
- Si + conditionnel gebruiken is fout. Correct: si + imparfait → conditionnel. Fout: Si je serais heureux. Correct: Si j'étais heureux, je serais content.
- Vergeten de -e van -re werkwoorden weg te halen: correcte stam van vendre is vendr- → je vendrais, niet je vendreais.
- Mixen van futur- en conditionnel-uitgangen: je parlerai (futur) ≠ je parlerais (conditionnel). Let op de -ai vs -ais.
- Onthoud dat de stam vaak onregelmatig is (zie lijst hierboven). Leer de futur-stam van de meest gebruikte onregelmatige werkwoorden.
- Spellingwijzigingen (acheter, appeler, préférer...) volgen dezelfde regels als voor de futur simple.
- Voor beleefdheid: gebruik liever je voudrais of pourriez-vous in plaats van je veux of tu peux.
Handige voorbeelden (kort overzicht)
- Je voudrais réserver une table pour deux, s'il vous plaît. — Ik zou graag een tafel voor twee willen reserveren.
- Pourriez-vous parler plus lentement ? — Zou u wat langzamer kunnen praten?
- Si j'avais 20 ans, je voyagerais autour du monde. — Als ik 20 was, zou ik rond de wereld reizen.
- Il a promis qu'il viendrait. — Hij heeft beloofd dat hij zou komen.
- Tu devrais mettre un manteau, il fait froid. — Je zou een jas moeten aantrekken, het is koud.
- Il faudrait appeler un spécialiste. — Men zou een specialist moeten bellen.
Glossarium
- Infinitif: de basisvorm van het werkwoord (parler, finir, vendre).
- Imparfait: de onvoltooide verleden tijd die gebruikt wordt voor achtergrond/duur in het verleden en waarvan de uitgangen simpelweg in het conditionnel terugkomen (-ais, -ais, -ait, -ions, -iez, -aient).
- Stam (futur): de basisvorm die bij onregelmatige werkwoorden gebruikt wordt voor de futur simple en de conditionnel (bijv. ser-, aur-, ir-).
- Terminaisons / uitgangen: de gedeelde uitgangen van l'imparfait die je gebruikt in de conditionnel présent.
- Indirecte rede (discours indirect): weergeven van iemands woorden in de verleden tijd; futur in directe rede wordt vaak conditionnel in indirecte rede.
Kort samengevat
De conditionnel présent is de Franse vorm voor "zou + infinitief": hij drukt hypothetische situaties, beleefdheid, geruchten en toekomst-in-het-verleden uit. Vorm: (stam = infinitief of futur-stam) + imparfait-uitgangen. Belangrijk om te onthouden: si + imparfait → conditionnel présent en dat veel vaak gebruikte werkwoorden onregelmatige stammen hebben.
Als je wilt, kan ik voorbeeldzinnen maken met specifieke werkwoorden die jij lastig vindt, of een lijst geven van de 50 meest voorkomende onregelmatige stammen met hun conditionnel-vormen.