stare + gerundio — 'stare' + gerundium (Italiaans: de progressieve of 'aan het ...' constructie)
A2Stare + gerundio — uitleg, gebruik en veel voorbeelden
Wat betekent 'stare + gerundio' en wanneer gebruik je het?
'Stare + gerundio' is een Italiaanse constructie waarmee je een handeling aangeeft die op dat moment (of rond dat moment) aan de gang is: de progressieve of voortdurende aspect. Je kunt het vergelijken met het Engelse 'to be + -ing' (I am eating) en met het Nederlandse 'ik ben aan het eten' (of soms simpel 'ik eet').
Voorbeelden:
Sto parlando. — Ik ben aan het praten.
Sto mangiando. — Ik ben het avondeten aan het eten.
Stavo dormendo quando mi hai chiamato. — Ik was aan het slapen toen je me belde.
In questi giorni sto leggendo molto. — De laatste tijd ben ik veel aan het lezen.
Hoe vorm je 'stare + gerundio'?
1) Werkwoord 'stare'
Conjugeer 'stare' in de tijd die je nodig hebt, en voeg daarna het gerundio (de -ing-vorm) van het hoofdwerkwoord toe.
Voorbeelden van 'stare' in enkele tijden:
- Presente: sto, stai, sta, stiamo, state, stanno
- Imperfetto: stavo, stavi, stava, stavamo, stavate, stavano
- Futuro: starò, starai, starà, staremo, starete, staranno
- Condizionale: starei, staresti, starebbe, staremmo, stareste, starebbero
- Congiuntivo presente: (che) io stia, tu stia, lui/lei stia, noi stiamo, voi stiate, loro stiano
2) Vorming van het gerundio
- Voor werkwoorden op -are: vervang -are door -ando → parlare → parlando
- Voor werkwoorden op -ere en -ire: vervang -ere/-ire door -endo → credere → credendo, dormire → dormendo
3) Enkele onregelmatige of opvallende vormen
- fare → facendo
- dire → dicendo
- bere → bevendo
- porre → ponendo
- trarre → traendo
- essere → essendo (gebruikt als 'als/omdat ik ...' bv. "essendo stanco...")
- avere → avendo
- stare → stando
Let op: werkwoorden op -ire met tussenvorm -isc- in de presente indicativo gebruiken die -isc- niet in het gerundio: finire → finendo (niet *finiscendo*).
Voorbeelden per tijd en constructie
Presente (nu bezig zijn)
Sto parlando con Marco. — Ik ben met Marco aan het praten.
Stai leggendo il giornale? — Ben je de krant aan het lezen?
Noi stiamo mangiando adesso. — Wij zijn nu aan het eten.
Non sto guardando la TV. — Ik kijk niet naar de tv.
Cosa stai facendo? — Wat ben je aan het doen?
Imperfetto (verleden, 'was doing')
Stavo scrivendo una email quando è arrivata la telefonata. — Ik was een e-mail aan het schrijven toen de telefoon ging.
Mentre stavo cucinando, è suonato il campanello. — Terwijl ik aan het koken was, ging de deurbel.
Futuro (toekomstig progressief)
Starò studiando domani pomeriggio. — Ik zal morgenmiddag aan het studeren zijn.
Quando arriverai, starò lavorando in giardino. — Als je arriveert, zal ik aan het werk zijn in de tuin.
Condizionale
Se non avessi impegni, starei viaggiando con te. — Als ik geen verplichtingen had, zou ik met je aan het reizen zijn.
Congiuntivo (in bijzinnen)
È possibile che lui stia dormendo. — Het is mogelijk dat hij aan het slapen is.
Spero che tu stia studiando seriamente. — Ik hoop dat je serieus aan het studeren bent.
Voornaamwoorden en de plaatsing ervan (clitici en reflexieven)
Het voornaamwoord kan óf vóór de vervoegde vorm van 'stare' staan, óf aan het gerundio vastgeplakt worden.
Voorbeeld met l51 (mannelijk lijdend voorwerp):
- Lo sto leggendo. — Ik ben het aan het lezen.
- Sto leggendo il libro. — Lo sto leggendo. (of) Sto leggendo il libro.
- Sto leggendolo. — (minder gebruikelijk in sommige registers; vaker: Sto leggendo il libro of Lo sto leggendo.)
Reflexief:
- Mi sto lavando le mani. — Ik ben mijn handen aan het wassen.
- Sto lavandomi le mani. — Alternatieve plaatsing (voorkeur varieert).
Negatie en vraag:
- Non lo sto facendo. / Non sto facendolo. — Ik doe het niet.
- Cosa stai facendo? — Wat ben je aan het doen?
Verschil met andere Italiaanse vormen die je kunt verwarren
1. 'Stare + gerundio' vs. 'presente indicativo'
- Sto mangiando = ik ben nu bezig met eten (progressief, tijdelijke actie).
- Mangio = ik eet (algemene gewoonte of feit).
Voorbeeld: "Mangio sempre alle 12" (Ik eet altijd om 12) vs "Sto mangiando adesso" (Ik eet nu).
2. 'Stare + gerundio' vs. 'essere + gerundio']
- 'Sono mangiando' is fout. Je gebruikt niet 'essere' met gerundio om het progressieve te vormen. Zeg: "Sto mangiando", niet "Sono mangiando".
- Wel bestaat het gerundio van 'essere': "essendo" (bv. "Essendo stanco, sono andato a letto"). Dat is een bijzin met betekenis 'aangezien / omdat ik moe was'.
3. 'Stare + gerundio' vs. 'stare per + infinito'
- "Sto per uscire" = ik sta op het punt te vertrekken (ik ga zo vertrekken), niet 'ik ben nu bezig te vertrekken'.
- "Sto uscendo" = ik ben aan het vertrekken.
4. 'Stare + gerundio' vs. 'stare a + infinito'
- 'Stare a + infinito' heeft in standaarditaliaans vaak een andere betekenis (bv. "Sta a te decidere" = het is aan jou om te beslissen) of wordt regionaal gebruikt. Gebruik voor progressief altijd 'stare + gerundio'.
Veelvoorkomende fouten en handige tips
- Fout: "Sono mangiando." Correct: "Sto mangiando."
- Fout: gerundio van werkwoorden met -isc- schrijven als *finiscendo*. Correct: "finendo".
- Vergeet voor reflexieven en voornaamwoorden de mogelijke plaatsing: zowel "Mi sto preparando" als "Sto preparandomi" is mogelijk.
- Gebruik 'stavo + gerundio' om een onderbroken handeling in het verleden aan te geven (achtergrond), niet (of minder) 'sono stato + gerundio' — dat laatste is in veel regio59le vormen of spreektaal, maar wordt meestal als ongrammaticaal beschouwd.
- Gebruik 'stare per + infinito' als je zegt dat iets op het punt staat te gebeuren (bijna gaat gebeuren), niet om een lopende handeling aan te geven.
Korte samenvatting
- 'Stare + gerundio' = progressieve aspect: iets wat (op dat moment) aan de gang is.
- Vorm: vervoeg 'stare' + gerundio van het hoofdwerkwoord (-ando / -endo).
- Meestgebruikte tijdsvormen: presente (sto parlando), imperfetto (stavo parlando), futuro (star5f parlando), condizionale (starei parlando), congiuntivo (che io stia parlando).
- Let op plaatsing van voornaamwoorden: vóór 'stare' of vast aan het gerundio.
Glossarium (korte verklaringen)
- Gerundio: de werkwoordsvorm die in het Italiaans aangeeft dat iets aan de gang is (vergelijk Engels -ing).
- Perifrasi: een uitdrukking met twee of meer woorden die samen één grammaticale betekenis hebben (bv. 'stare + gerundio').
- Clitisch voornaamwoord (clitico): direct of indirect object zoals lo, la, mi, ti dat meestal aan het werkwoord vastzit of ervoor staat.
- Imperfetto: onvoltooide verleden tijd (was -ing).
- Congiuntivo: de aanvoegende wijs (subjunctive), gebruikt bij twijfel, wens, mogelijkheid.
Extra voorbeelden (nuttig als referentie)
Sto studiando l'italiano. — Ik ben Italiaans aan het studeren.
Stiamo lavorando al progetto insieme. — We zijn samen aan het werken aan het project.
Non stavamo pensando a questo problema. — We waren daar niet mee bezig / we dachten daar niet aan.
Sta parlando con il direttore proprio ora. — Hij is op dit moment met de directeur aan het praten.
Sto preparando la cena; puoi chiamarmi tra mezz'ora. — Ik ben het avondeten aan het klaarmaken; je kunt me over een halfuur bellen.