Trapassato remoto = literair plusquamperfectum (had + voltooid deelwoord)
C1Wat is de trapassato remoto?
Trapassato remoto is een Italiaanse verleden voltooide tijd die je vooral tegenkomt in literaire of formele geschreven teksten (romans, geschiedschrijving, kronieken). Hij drukt uit dat een handeling volledig afgerond was vóór een andere handeling in het verre verleden (passato remoto). De vorm bestaat uit het passato remoto van het hulpwerkwoord (avere of essere) + het participio passato (voltooid deelwoord).
In het Nederlands vertaalt men deze vorm meestal met het plusquamperfectum: had + voltooid deelwoord (bijv. "had gedaan"). Qua functie lijkt trapassato remoto op het Nederlandse "had + voltooid deelwoord", maar het gebruiksstadium is vaak formeler en literairer dan in het Nederlands.
Wanneer gebruik je trapassato remoto?
- In literaire of historische vertellingen: wanneer de hoofdhandeling in passato remoto staat, gebruik je trapassato remoto om te verwijzen naar een eerdere handeling.
- Om een duidelijke volgorde in het verleden aan te geven: actie A gebeurde en was afgerond voordat actie B (passato remoto) plaatsvond.
- Vaak te vinden in bijzinnen met voegwoorden zoals: "appena", "non appena", "quando", "dopo che", "subito dopo".
- In gesproken, alledaags Italiaans wordt het bijna nooit gebruikt; men gebruikt daar meestal trapassato prossimo of een andere verleden vorm.
Voorbeelden (Italiaans → Nederlands):
- "Appena ebbe chiuso la porta, si accorse dell'errore." → "Zodra hij de deur had gesloten, merkte hij de fout op."
- "Non appena ebbero udito il rumore, si voltarono." → "Zodra ze het geluid hadden gehoord, draaiden ze zich om."
- "Dopo che fu nominato direttore, diede le dimissioni." → "Nadat hij tot directeur was benoemd, nam hij ontslag."
Hoe vorm je trapassato remoto?
Vorm: passato remoto van avere of essere + participio passato.
Passato remoto van avere:
- io ebbi
- tu avesti
- lui/lei ebbe
- noi avemmo
- voi aveste
- loro ebbero
Passato remoto van essere:
- io fui
- tu fosti
- lui/lei fu
- noi fummo
- voi foste
- loro furono
Voorbeelden van volledige vormen:
- Met avere (parlare):
io ebbi parlato — tu avesti parlato — lui/lei ebbe parlato — noi avemmo parlato — voi aveste parlato — loro ebbero parlato
(Bijv. "Quando arrivò, io ebbi già parlato con lui." → "Toen hij arriveerde, had ik al met hem gesproken.")
- Met essere (andare) — let op overeenstemming in geslacht en getal:
io fui andato / andata
tu fosti andato / andata
lui fu andato — lei fu andata
noi fummo andati / andate
voi foste andati / andate
loro furono andati / andate
(Bijv. "Appena fu arrivata, la riunione cominciò." → "Zodra zij was aangekomen, begon de vergadering.")
Let op bij overeenstemming (concordanza)
- Bij essere als hulpwerkwoord moet het participio passato overeenkomen met het onderwerp in geslacht en getal: "Lei fu andata", "Noi fummo arrivati".
- Bij avere is er normaal geen overeenkomst met het onderwerp. Er is wel overeenstemming met een voorafgaand lijdend voorwerp (clitico) als dat vóór het werkwoord staat: "L'ebbe vista" (hij had haar gezien).
Wanneer gebruik je avere en wanneer essere als hulpwerkwoord?
- De meeste werkwoorden nemen avere als hulpwerkwoord (transitieve handelingen): parlare, vedere, mangiare, scrivere, ecc.
Voorbeeld: "Ebbi già visto quel film." → "Ik had die film al gezien."
- Veel onovergankelijke beweging-/veranderingswerkwoorden nemen essere: andare, venire, partire, arrivare, entrare, uscire, tornare, nascere, morire, diventare, rimanere, restare, salire, scendere, stare.
Voorbeeld: "Quando fu tornato a casa, trovò la porta chiusa." → "Toen hij thuis was teruggekeerd, vond hij de deur dicht."
- Reflexieve werkwoorden gebruiken sempre essere (bijv. lavarsi, svegliarsi): "Appena si fu lavato, uscì." → "Toen hij zich had gewassen, ging hij weg."
Uitgebreide voorbeelden
Avere (transitieve werkwoorden)
- "Appena ebbe finito il libro, lo mise nella borsa." → "Zodra hij het boek had uitgelezen, stopte hij het in de tas."
- "Quando ebbe visto la lettera, la stracciò." → "Toen hij de brief had gezien, scheurde hij hem stuk."
- "Non ebbi mai visto tanta confusione." → "Ik had nog nooit zoveel verwarring gezien."
Essere (beweging / verandering / reflexieven)
- "Appena fu arrivata, tutti tacquero." → "Zodra zij was aangekomen, werd het stil."
- "Dopo che fummo saliti a bordo, la nave partì." → "Nadat we aan boord waren gegaan, vertrok het schip."
- "Appena si fu lavato, si mise a letto." → "Zodra hij zich had gewassen, ging hij naar bed."
Passief / werkwoorden met 'essere' in passieve betekenis
- "Dopo che fu nominato direttore, lasciò l'incarico." → "Nadat hij tot directeur was benoemd, trad hij af."
Clitici (voorafgaande voornaamwoorden) en overeenkomst
- "L'ebbe vista e non disse nulla." → "Hij had haar gezien en zei niets." (De vrouwelijke vorm "vista" komt omdat het lijdend voorwerp 'la' vóór het werkwoord staat.)
Negatief en vraagvormen
- "Non ebbi mai sentito parlare di lui." → "Ik had nog nooit van hem gehoord."
- Vragend in literaire stijl kan gebeuren door inversie of intonatie: "Ebbe lui il coraggio di parlare?" (zeer formeel/arcaïsch). In de praktijk gebruikt men in spreektaal liever andere constructies.
Veelgemaakte fouten
- Mixen van trapassato remoto en passato prossimo zonder reden:
foute zin: "Quando ho visto il messaggio, ebbi già risposto." (ongebruikelijk/ongepast)
betere keuze: "Quando ho visto il messaggio, avevo già risposto." (trapassato prossimo past perfect)
- Verkeerd hulpwerkwoord gebruiken: sommige werkwoorden die beweging of verandering uitdrukken, moeten essere hebben (niet avere).
fout: "Io ebbi andato" — correct: "Io fui andato/a" (of gewoon "andai" als passato remoto).
- Geen overeenstemming maken bij essere:
fout: "Lei fu andato." — correct: "Lei fu andata."
- Trapassato remoto gebruiken in alledaagse spreektaal: het klinkt archaïsch of te literair.
Vergelijking met andere verleden tijden
Trapassato remoto vs trapassato prossimo
- Trapassato remoto = passato remoto van het hulpwerkwoord + participio passato. Gebruikt in combinatie met passato remoto.
- Trapassato prossimo = imperfetto van het hulpwerkwoord + participio passato (bijv. "avevo parlato"). Gebruikt in combinatie met passato prossimo of imperfetto.
Voorbeeld van verschillende registers (Italiaans → Nederlands):
- Letterlijk/literaire stijl: "Appena ebbe finito, uscì." → "Zodra hij had voltooid, vertrok hij." (passato remoto + trapassato remoto)
- Algemeen/sprekend: "Appena aveva finito, è uscito." of "Appena aveva finito, uscì." → "Zodra hij klaar was, ging hij weg." (trapassato prossimo wordt in moderne taal vaker gebruikt)
Trapassato remoto vs passato remoto
- Passato remoto (parlai, partì, arrivò) = gewone verleden tijd in literair/narratief gebruik.
- Trapassato remoto (ebbi parlato, fui partito) = al voltooid vóór een andere passato remoto-handeling.
Kort begrippenlijst (glossario)
- Passato remoto: enkelvoudige verleden tijd die vaak in literaire verhalen voorkomt (es. "arrivò", "parlò").
- Trapassato remoto: voltooid verleden tijd opgebouwd met passato remoto van avere/essere + participio passato (es. "ebbe parlato", "fu andato").
- Trapassato prossimo: voltooid verleden tijd opgebouwd met imperfetto van avere/essere + participio passato (es. "avevo parlato").
- Participio passato: voltooid deelwoord (es. parlato, mangiato, andato, visto).
- Ausiliare (hulpwerkwoord): avere of essere, gebruikt om samengestelde tijden te vormen.
- Concordanza: overeenstemming in geslacht en getal tussen onderwerp en participio passato wanneer essere als hulpwerkwoord wordt gebruikt.
Kort samengevat
Trapassato remoto is de literaire vorm van het "had + voltooid deelwoord" en wordt gevormd met het passato remoto van avere/essere + participio passato. Gebruik het wanneer je in een formele of literaire context een handeling wilt aanduiden die voltooid was vóór een andere handeling in het passato remoto. In het dagelijks taalgebruik vervangt men het meestal door trapassato prossimo of andere eenvoudiger verleden vormen.