Spaans Grammar Guide
Learning Spaans in Nederlands
A1 Topics (19)
Zelfstandig naamwoord geslacht (mannelijk/vrouwelijk) en getal (enkelvoud/meervoud)
Grammar guide for Noun gender (masculine/feminine) and number (singular/plural) in nl
Onderwerpsvoornaamwoorden en basiswoordvolgorde
Grammar guide for Subject pronouns and basic word order in nl
Eenvoudige tegenwoordige tijd voor routines en feiten
Grammar guide for Simple present tense for routines and facts in nl
Het uitdrukken van het bestaan met 'hay' (er is/er zijn)
Grammar guide for Expressing existence with hay (there is/are) in nl
Vragen vormen (intonatie en vraagwoorden)
Grammar guide for Forming questions (intonation and question words) in nl
Overeenstemming en plaatsing van bijvoeglijke naamwoorden
Grammar guide for Adjective agreement and placement in nl
Bezittelijke bijvoeglijke naamwoorden (bezit uitdrukken)
Grammar guide for Possessive adjectives (expressing possession) in nl
Aanwijzende voornaamwoorden (aangeven: 'dit' / 'dat')
Grammar guide for Demonstratives (indicating this/that) in nl
Basisvoorzetsels (a, en, de, con) voor locatie en beweging
Grammar guide for Basic prepositions (a, en, de, con) for location and movement in nl
Leuk vinden en niet leuk vinden uitdrukken met 'gustar'
Grammar guide for Expressing likes and dislikes with gustar in nl
Eenvoudige zinnen verbinden met y, o, pero, porque
Grammar guide for Connecting simple sentences (y, o, pero, porque) in nl
Formele vs. informele aanspreekvorm (tú vs. usted)
Grammar guide for Formal vs. informal address (tú vs. usted) in nl
Wederkerende werkwoorden voor dagelijkse routines
Grammar guide for Reflexive verbs for daily routines in nl
Bijwoorden van frequentie (siempre, nunca)
Grammar guide for Adverbs of frequency (siempre, nunca) in nl