Frans Grammar Guide
Learning Frans in Nederlands
A1 Topics (26)
Grammaticaal geslacht van zelfstandige naamwoorden
Grammar guide for Grammatical Gender of Nouns in nl
Enkelvoud en meervoud van zelfstandige naamwoorden
Grammar guide for Singular and Plural of Nouns in nl
Partitieve lidwoorden (du, de la, de l', des)
Grammar guide for Partitive Articles (du, de la, de l', des) in nl
Prepositionele samentrekkingen (à + le, de + le, enz.)
Grammar guide for Prepositional Contractions (à + le, de + le, etc.) in nl
Formeel vs informeel 'jij/u' (tu vs vous)
Grammar guide for Formal vs Informal 'you' (tu vs vous) in nl
Beklemtoonde voornaamwoorden (moi, toi, enz.)
Grammar guide for Stressed Pronouns (moi, toi, etc) in nl
Aanwijzende bijvoeglijke naamwoorden (ce, cet, cette, ces)
Grammar guide for Demonstrative Adjectives (ce, cet, cette, ces) in nl
Overeenkomst en basisplaatsing van bijvoeglijke naamwoorden
Grammar guide for Adjective Agreement and Basic Placement in nl
Tegenwoordige tijd: regelmatige -ER werkwoorden
Grammar guide for Present Tense: Regular -ER Verbs in nl
Tegenwoordige tijd: regelmatige -IR- en -RE- werkwoorden
Grammar guide for Present Tense: Regular -IR and -RE Verbs in nl
Tegenwoordige tijd: veelvoorkomende onregelmatige werkwoorden (être, avoir, aller, faire)
Grammar guide for Present Tense: Common Irregular Verbs (être, avoir, aller, faire) in nl
Wederkerende werkwoorden (tegenwoordige tijd)
Grammar guide for Reflexive Verbs (Present Tense) in nl
Vragend bijvoeglijk naamwoord (quel, quelle, enz.)
Grammar guide for Interrogative Adjective (quel, quelle, etc) in nl
Basisvoegwoorden (et, mais, ou, donc, parce que)
Grammar guide for Basic Conjunctions (et, mais, ou, donc, parce que) in nl